Bommelsfeesten Ronse


Externe media



Bestanden
open bestand
open bestand

Gerelateerde personen/organisaties
Stedelijke Raad der Bommels
LECA

Gerelateerde borgingsactie (Hoe)
Documentatie Bommelsfeesten - Ronse

ICE categorie
Sociale gewoonten, rituelen en feestelijke gebeurtenissen

Tags
Koning, Koningin, Zotte Maandag, Bommels

Trefwoorden
carnaval, feest, stoet

Externe link
http://www.bommelsfeesten.be

De Stedelijke Raad der Bommels organiseert jaarlijks de 3-daagse Bommelsfeesten in opdracht van de stad Ronse. De Bommelsfeesten staan onder leiding van een Koningspaar (wordt jaarlijks verkozen door een wedstrijd) een hofnar en een Koninklijk hof. Naast deze 3-daagse carnavaleske feesten organiseert de Raad tevens randactiviteiten zoals een teken- en knutselwedstrijd voor scholen, de verkiezingsavond voor het Koningspaar, het feest van de bommelsgroepen, een galabal en bezoeken aan rusthuizen en ziekenhuizen.

 ; Yves De Wolf
Sociaal-culturele betekenis
Iedere Ronsenaar kent de Bommelsfeesten. En tijdens deze dolle driedaagse durft er wel eens discussie ontstaan over het ontstaan van deze feesten. Vele theorieën doen de ronde. Het scheelt niet veel, of bij een pint teveel zou men het meest volkse feest van de Vlaamse Ardennen durven toedichten aan een vluchtig bezoek van buitenaardse wezens. Maar wat blijkt? Niets is minder waar!
De vroegste bron van dit feest vond André Roekeloos, gewezen voorzitter van de Ronsische V.V.V. en eminent folklorekenner, terug in 1359. In de Oudenaardse stadsrekeningen van 1438-1439 vond hij een vermelding terug van het bezoek (en de onkosten daaraan verbonden!) van ‘de zotten bisschop der college Ronsse’. Dit bezoek was blijkbaar een afvaardiging van enkele ‘Ronsische Zotten’ aan de stad Oudenaarde. En blijkbaar konden de Ronsenaars een stevige pot eten en drinken… Echter, de gebeurtenissen in eigen stad (contreien) gaan hoogstwaarschijnlijk terug op het Germaanse (heidense) Joelfeest. De traditie overleefde de kerstening, en werd zo ingebed in de katholieke traditie van Kerstmis en Drievuldigheid (Driekoningen, Epiphanie). Het Joelfeest duurde 12 dagen, en wordt ook op die manier gerelateerd aan Drievuldigheid, welke 12 dagen na Kerstmis plaatsvindt, maar waarbij op de dertiende avond (in Ronse: Dertienavond) uitbundig gefeest werd. In deze periode van dertien avonden werd in vrienden- en familiekringen een Koning en Nar gekozen (we kennen deze traditie nog steeds onder de vorm van een driekoningentaart met boon). In dit gebeuren had de koning de macht over de nar, en kon hij er allerhande zotheden mee uithalen. Echter, op de dertiende avond nam de nar weerwraak, waarop hij zich verkleedde en diens vrienden en familie beetnam, uitschold (hun ‘zottigheid’ gaf), maar evenzeer vermaakte. Na de Industriële Revolutie, bloeiden onze gewesten uit tot grote centra van de textielnijverheid. Aangezien de periode tussen Kerstmis en Driekoningen traditioneel stevig gevierd werd, en Driekoningen meestal niet op een zondag viel, werd het economisch steeds moeilijker om deze dag te vieren. Ook technisch werd het steeds moeilijker, want de stoomketels, welke de hele mechaniek van de textielfabrieken aandreef, konden niet zomaar worden stilgelegd. Men vond een compromis: de fabrieken zouden de maandag van Driekoningen (dus na het weekend) gesloten blijven. Op die manier kon het feest in ere blijven bestaan, en leden de fabrieken geen verlies. Het was evenwel een ‘verloren maandag’. Deze maandag zou later in Ronse ‘Zotte maandag’ worden.
Zotte maandag zou in Ronse uitbundig gevierd worden in de volkswijken, met verkleedpartijen (meestal met oude kleren en maskers) en huis-aan-huisbezoeken. Veelal wist men niet wie er zich in huis bevond. Uit deze traditie komt eveneens de benaming van ‘het Bommel lopen’. Iedereen werd die aan het Bommel lopen meedeed werd getrakteerd (meestal met ‘kuirten drank’), en deelde mee in de leute en het plezier. Met het verdwijnen van de industriële activiteiten in de stad, dreigde langzaamaan deze traditie verloren, totdat een omwenteling kwam met Ephrem Delmotte in 1950. Delmotte, op dat moment secretaris van de V.V.V., zag dat in sommige volkswijken er nog steeds werd Bommel gelopen, maar stelde voor dit gebeuren te bundelen in een stoet doorheen het centrum. De stoet ging door op de maandagavond na Driekoningen. De Bommelsfeesten waren geboren!
Doorheen de jaren werden steeds vernieuwingen ingevoerd. Al in 1951 werd een koning aangeduid, het jaar daarop een koningin, en nadien een prins, prinses en nar. De cirkel van Joelfeest, over Dertienavond tot Zotte Maandag was rond. In de daaropvolgende jaren ontstonden Bommelverenigingen (de Duivels, de Ronsische Zotten, de Manillers, de Turken, de Pionniers,...), die de basis vormden tot de verenigingen die we vandaag kennen. En last but not least, in 1952 herschreef Ephrem Delmotte Het Lied der Bommels, welke u ongetwijfeld ook in het weekend van 10 januari uit volle borst zult meezingen!