De cultuur rond het Belgisch (of Brabants) trekpaard

Belgische trekpaarden (ook wel boerenpaarden genoemd) zijn grote en breedgebouwde koudbloedpaarden met een uitgesproken spierontwikkeling. Ze staan bekend om hun zachtaardig karakter en vermogen om zware lasten in een gezapig tempo te trekken.

De fokkerij, het in stand houden en het kweken van het ras, maakt de kern uit van de Belgisch trekpaardencultuur. Vanaf de 19e eeuw begon de doelbewuste selectie uit en kruising van verschillende regionale types trekpaarden. Vooral de fokkerijen in de streek rond Vollezele (Vlaams-Brabant) genoten al snel internationale faam. De trekpaarden werden omstreeks 1900 uitgevoerd naar onder meer Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en de USA. De veelgebruikte benaming Brabants trekpaard of ‘Brabander’ stamt uit de hoogdagen van de exportgerichte fokkerij.  

De export naar en het fokken in verschillende delen van de wereld gaf aanleiding tot de oprichting van stamboeken van Belgische trekpaarden. Ook koudbloedpaarden met inbreng van de genetica van het Belgisch trekpaard zijn hierin opgenomen, zoals bijvoorbeeld het Nederlands trekpaard en de Duitse Kaltblut-rassen. De Amerikaanse Belgian draft horses, afstammelingen van Belgische trekpaarden, evolueerden in de 20ste eeuw tot grote paarden met fijnere benen, waaruit enkele Vlaamse fokkers het sinds 2005 erkende Vlaamse paard kweekten. Het Belgisch trekpaard maakt dus deel uit van een bredere traditie van koudbloedpaardrassen, waarin het een grote inbreng heeft (gehad).

Momenteel zijn er 250 à 450 aantal fokkers actief in België en daarbuiten. Ongeveer 7.405 Belgische trekpaarden zijn opgenomen in het stamboek. De Koninklijke Maatschappij het Belgisch Trekpaard (KMBT) houdt sinds 1886 het stamboek bij en waakt over de toepassing, ontwikkeling en verbetering van de rasstandaard.

Ook de traditie van keuringen en prijskampen vormt een belangrijk onderdeel van de Belgische trekpaardencultuur. In (trek)wedstrijden, jaarmarkten, stoeten en andere erfgoedtradities stelen deze kolossen dikwijls de show. Daarnaast zijn ambachten zoals de hoefsmederij en de gareelmakerij onlosmakelijk met de trekpaarden verbonden. De omgang met deze dieren vereist een specifiek soort (immateriële) kennis, zoals de streekgebonden taal om het te leiden, en vaardigheden. Traditionele voer- en werktuigen zijn eveneens van belang.

Het Belgisch trekpaard staat symbool voor een nationale trots en een regionale identiteit, meer bepaald in provincie Vlaams-Brabant en in de streek rond Geraardsbergen. De laatste jaren zien we dat het paard geherwaardeerd wordt als ecologische bron van energie en mobiliteit in natuurbeheer en bosbouw, en als partner in sociale economie- en welzijnsprojecten.

De gemeenschap rond de cultuur van het Belgisch (of Brabants) trekpaard leeft het decretaal verbod op het blokstaarten van paarden na. Indien er op deze website beelden met blokstaarten te zien zijn, dateren deze van voor het in voege treden van dit decreet.