Terugblik: UNESCO-bijeenkomst voor immaterieel erfgoed in New Delhi, India (2025)
20.COM: levend erfgoed midden in een veranderende wereld
De twintigste zitting van het Intergouvernementeel Comité van de UNESCO Conventie 2003 ging door in India. Ruim 1.200 deelnemers uit alle windstreken werden verwelkomd middenin de erfgoedsite van het Red Fort, in het hart van New Delhi. Door de historische beveiligde omwalling klonk -continu en onstuitbaar- het getoeter van het gonzende stadsleven daarbuiten door: een samenleving vol culturele en sociale contrasten, arm en rijk, oud en nieuw, kriskras dooreen. Dat contrast sloot eigenlijk ook naadloos aan bij de inhoud van de debatten in de zaal: levend erfgoed als dynamische kracht in handen van beoefenaars en gemeenschappen, maar tezelfdertijd voortdurend in beweging en interactie met de complexe en snel evoluerende wereld waarin we vandaag leven. Urbanisatie, migratie, technologie, klimaatcrisissen, conflicten.
Ze brengen telkens weer nieuwe invloeden, dreiging én kansen mee voor het doorleven van vaak eeuwenoude gebruiken, kennis en kunde van mensen en gemeenschappen. De zorg voor dat doorlevende erfgoed doorheen de tijden is net de inzet van de UNESCO Conventie, en die nieuwe uitdagingen en thema’s staan er dan ook volop op de agenda.
Nieuw erfgoed op de lijsten
Zoals elk jaar stonden ook tijdens 20.COM nieuwe inschrijvingen op de UNESCO-lijsten op de agenda. In 2025 ging het om 67 dossiers:
- 53 op de Representatieve Lijst
- 11 op de Urgent Safeguarding List
- 1 op het Register van Goede Borgingspraktijken
- en 2 transfers van de Urgent Safeguarding List naar de Representatieve Lijst.
Samen tonen ze de grote thematische en geografische diversiteit van levend erfgoed vandaag: van stedelijke en landsbrede feesten (zoals het Divali lichtjesfestival in India), over over dagelijkse sociale praktijken (zoals de zwembadcultuur in IJsland), tot podium- en vrijetijdspraktijken (zoals amateurtheater in Tsjechië, jodelen in Zwitserland en rondreizende circussen in Chili), of ambachtelijke kennis en vakmanschap, bijvoorbeeld aard- en houtbouwtradities zoals quincha in Panama, die tegelijk inzetten op duurzaamheid en gemeenschapskennis.
Een bijzonder moment was de inschrijving van het Brusselse marionettentheater (stangpoppentheater) op de UNESCO Representatieve Lijst: erkenning van een stedelijke, ambachtelijke en podiumkunsttraditie die sterk verweven is met het sociale leven in Brussel.
Van ‘good practices’ naar delen en leren
Voor het Register van Goede Borgingspraktijken werd dit jaar slechts één nieuwe praktijk voorgedragen: Community safeguarding and documenting of the “Lastovo Poklad” carnival custom (Kroatië).
Tegelijk tekent zich duidelijk het momentum af van een andere benadering. UNESCO werkt al geruime tijd aan een nieuw online platform dat het delen van borgingservaringen en -kennis laagdrempeliger en toegankelijker zal maken voor gemeenschappen, organisaties en overheden.
Ook transfers van elementen van de Urgent Safeguarding List naar de Representatieve Lijst (zoals bij Al Sadu) gingen gepaard met expliciete aanbevelingen om de bijhorende borgingsaanpak actief te delen via dit platform, als inspiratiebron voor anderen. De verschuiving is betekenisvol: weg van het ‘registeren om te erkennen’, en steeds meer richting delen om te leren — met nadruk op uitwisseling, reflectie en het versterken van borgingspraktijken over grenzen heen.
Niettemin gingen ook stemmen op om hier niet te licht over te gaan, en naast dit nieuwe online platform toch ook volop te blijven inzetten op nominaties en zichtbaarheid van het Register.
Not ‘shared’, but ‘disseminated’. Wanneer erfgoed onderwerp wordt van conflict en diplomatie
Wat dit jaar niet onopgemerkt bleef, waren enkele lijstendebatten. Waar vroeger vaak intens werd gedebatteerd om genomineerd erfgoed op de Lijst te krijgen (soms ondanks kritische aandachtspunten vanuit de Evaluation Body), klonken er dit keer ook expliciete pleidooien om dossiers af te remmen of te herformuleren. Lange discussies rond het Marokkaanse kaftan-dossier (met Algerije) en eerder ook het dossier rond de Negliubka-textieltradities vanuit Wit-Rusland (met Oekraïne) maakten duidelijk hoe gevoelig terminologie, eigenaarschap en representatie telkens weer zijn. Enkele woorden kunnen daarbij grote gevolgen hebben en onderwerp worden van intens diplomatiek overleg: zo werd het aanpassen van één woord — van shared naar disseminated heritage — uiteindelijk de uitweg voor het kaftandossier.
Deze debatten tonen hoe belangrijk blijvende reflectie is over de manier waarop de Conventie omgaat met erfgoed in contexten van conflict, nationalisme en geopolitieke spanningen. In de nasleep van deze discussies werd binnen het Comité afgesproken om hier in een volgende fase expliciet verder bij stil te staan, met het oog op het bewaken van de geest van de Conventie en het gemeenschapsgerichte karakter van de UNESCO-lijsten.
Van evalueren naar verdiepen: een nieuwe fase voor de Conventie
Naast het gebruikelijke vieren van nieuw erfgoed op de Lijsten, markeerde 20.COM ook heel wat reflectie. 2025 was dan ook een overgangsmoment. Vanuit vijf grote regio’s is tussen 2020 en 2025 de balans gemaakt rond het borgen van immaterieel erfgoed in alle landen die wereldwijd rond de Conventie werken: 185 landen in 2025. Elk land maakte hiervoor een rapport aan de hand van het Overall Results Framework (ORF) van de Conventie.
Met die berg aan rijke informatie, brak op de 20.COM meeting het moment aan om expliciet terug te blikken op wat de Conventie de voorbije jaren heeft verwezenlijkt. Komend jaar 2026 wordt een reflectiejaar ingelast waarin de tussentijdse balans wordt opgemaakt. Tegelijk werd ook al vooruitgeblikt: want het einde van 2025 luidt ook de overgang in naar een volgende beleidsfase bij UNESCO (43C/5). Dit momentum opent ruimte voor verdieping en nieuwe thematische accenten.
Daarnaast zijn er intussen ook andere internationale ijkpunten bijgekomen, zoals MONDIACULT met de beleidsontwikkelingen rond cultuur als mondiaal publiek goed, en de ‘Spirit of Naples’ waarin materieel en immaterieel erfgoed naar een sterkere integratie evolueren met oog op een holistische, mensgerichte benadering van erfgoed als motor voor duurzame sociale en economische ontwikkeling. Opvallend was alvast dat uit de debatten veel reflectie sprak over wat de Conventie vandaag kan of moet betekenen: hoe draagt ze bij aan culturele rechten, maatschappelijke veerkracht en duurzame ontwikkeling? Die vragen vormde een rode draad doorheen de week.
Het bracht ook de vragen van gedeelde verantwoordelijkheid met zich mee: niet alleen om erfgoed te erkennen, maar vooral om het zorgvuldig te begeleiden in complexe maatschappelijke contexten.
Leaving No One Behind: Culturele rechten, inclusie en ondervertegenwoordigde stemmen
Een van de grote thema’s die UNESCO vooraan op de agenda plaatst om komende jaren actief rond te werken is inclusie. Als beleidsdoel en concrete inzet in alle werk rond de Conventie en in het borgen van erfgoedpraktijken.
In plenaire debatten, rapporten van het Secretariaat en bijdragen van lidstaten kwam herhaaldelijk noden en intenties aan bod om ondervertegenwoordigde stemmen beter te betrekken: mensen met een beperking, minderheidsgroepen, inheemse gemeenschappen, vluchtelingen en migranten.
Operational Directive 174, UNESC0 2003 Convention:
“States Parties shall endeavour to ensure that their safeguarding plans and programmes are fully inclusive of all sectors and strata of society, including indigenous peoples, migrants, immigrants and refugees, people of different ages and genders, persons with disabilities and members of vulnerable groups, in conformity with Article 11 of the Convention.”
Inclusie was dit jaar ook het centrale thema van het ICH NGO Forum Symposium, dat er op zondag 7 december georganiseerd werd. Het symposium stond volledig in het teken stond van ‘disability inclusion’ met praktijkvoorbeelden en ervaringsdeling van NGOs uit alle windstreken. Het bracht inzichten en visies rond inclusief werken samen, met oog voor gerichte en aangepaste ondersteuning tot en met volwaardige integratie van praktijken en beoefenaars in bredere erfgoedactie, en combinaties van beide.
Hoe levend erfgoed borgen in stedelijke contexten?
2025 stond binnen de UNESCO Conventie 2003 ook in het teken van Urban Contexts. Met de goedkeuring van een nieuwe Thematische Richtlijn rond immaterieel erfgoed in stedelijke contexten zette het Comité een belangrijk inhoudelijk ijkpunt. Steden worden daarin expliciet erkend als plekken waar levend erfgoed niet verdwijnt, maar zich voortdurend heruitvindt: in nieuwe sociale netwerken, hybride praktijken en veranderende vormen van overdracht.
De richtlijn benadrukt dat stadsontwikkeling en erfgoedborging elkaar nog te weinig ontmoeten. Levend erfgoed is vaak nauw verbonden met het gebruik van ruimte, publieke plekken en dagelijkse routines, en vraagt daarom om vroegtijdige en betekenisvolle betrokkenheid van gemeenschappen, ook bij stedelijke planning. De benadering is expliciet rechtengebaseerd en mensgericht, zonder one-size-fits-all-oplossingen.
Bij het voorbereidende traject naar deze Guidance Note werd ook expertise vanuit Vlaanderen ingezet: Jorijn Neyrinck schoof mee aan rond de expertentafel die de uitwerking van de Guidance Note begeleidde. De richtlijn vormt een vertrekpunt: in de komende jaren volgen verdere stappen en initiatieven rond stedelijk beleid en planning.
Andere thematische initiatieven: economie, klimaat en digitale evoluties
Urban Contexts maakte deel uit van de bredere reeks thematische initiatieven die UNESCO de jongste jaren uitrolt rond levend erfgoed en duurzame ontwikkeling. Ook het werk rond de economische dimensies van levend erfgoed en rond klimaatverandering werd in New Delhi verder opgepikt.
Nieuw daarnaast is de aandacht voor een themalijn rond digitale technologieën en artificiële intelligentie die in 2026 zal vorm krijgen. UNESCO verkent hoe digitale tools kansen kunnen bieden voor zichtbaarheid, overdracht en participatie, maar tegelijk ook nieuwe risico’s met zich meebrengen voor gemeenschappen, bijvoorbeeld rond misbruik, toe-eigening of verlies van controle.
De thematische lijnen tonen hoe de Conventie 2003 de afgelopen tijd haar blik verbreedde en actief de rol verkent van levend erfgoed in maatschappelijke transities.
Levend erfgoed, netwerken en leren over grenzen heen
Naast de plenaire debatten speelde 20.COM zich ook af in tal van netwerken: het UNESCO Network of Facilitators, de UNESCO Leerstoelen, het ICH NGO Forum en talrijke werkgroepen en informele ontmoetingen. Een bijzonder rijk programma met meer dan zestig side-events, workshops en performances toonde hoe sterk de actuele thema’s ook leven in dat brede netwerk rond de Conventie vandaag. Thematische rondetafels rond educatie, duurzaam toerisme en de economische dimensies van levend erfgoed, gevoed door praktijkervaringen uit India en de hele wereld, boden ruimte voor dialoog tussen beleidsmakers, gemeenschappen en organisaties — in lijn met de bredere reflecties die sinds MONDIACULT worden gevoerd. Vlaamse experten droegen hier bij aan uitwisseling rond educatie, duurzaam toerisme, beleidsontwikkeling en monitoring. Die netwerken tonen hoe de Conventie vandaag volop leeft, in het delen van ervaringen, het kritisch bevragen van beleid en het samen zoeken naar nieuwe antwoorden.
Vlaanderen op het internationale podium: FLAME in opbouw
Een uitgesproken bijdrage vanuit Vlaanderen in 2025 was de presentatie van FLAME – European Centre for the Safeguarding of Living Heritage, het aspirant UNESCO Categorie 2 Centrum. Tijdens de 20.COM-week werd FLAME voorgesteld in verschillende internationale fora en side-events, met presentaties door Arno Beunen, Océane Lesot en Jorijn Neyrinck.
FLAME positioneert zich als Europese hub voor samenwerking, kennisdeling en capaciteitsopbouw, met inclusie en impactgericht werken als kernpijlers. De positieve internationale respons in New Delhi bevestigde sterk het vertrouwen in Vlaanderen als actieve gangmaker en verbindende kracht binnen de UNESCO 2003 Conventie netwerken.
Tot slot: veel beweging, veel vragen, veel toekomst
Van 20.COM in New Delhi nemen we mee hoe levend erfgoed steeds nadrukkelijker wordt erkend als een maatschappelijke kracht — en tegelijk hoe complex het wordt om die kracht recht te doen in een wereld vol spanningen en transities. De komende jaren zullen bepalen hoe de Conventie die spanning blijft hanteren: met aandacht voor rechten, dialoog en gemeenschappen, en met ruimte voor leren en experiment.
Deze reflectie krijgt een vervolg tijdens de volgende zitting van het Intergouvernementeel Comité, die van 30 november tot 5 december 2026 zal plaatsvinden in Xiamen (China). Daar wordt opnieuw de balans opgemaakt van de voortgang van het werk rond de UNESCO Conventie 2003.
Voor Vlaanderen was New Delhi vooral ook een week die bevestigde dat internationale inzet loont: expertise wordt gedeeld, netwerken worden versterkt en nieuwe initiatieven zoals FLAME openen perspectieven voor de toekomst.