Bommelsfeesten Ronse

De Bommelsfeesten in Ronse duren drie dagen en vinden jaarlijks plaats rond het weekend van Driekoningen. De feesten staan onder leiding van een Koningspaar, een hofnar en een Koninklijk hof.
Het verloop van de feesten

Op zaterdagmorgen vertrekt de morgenstoet aan de Zottenmuur. Aan het station worden er bloemen neergelegd bij het standbeeld van den Bonmo, een dansende nar op een klok. Op de grote Markt staat de burgemeester de macht af aan het Koningspaar door de overhandiging van de symbolische stadssleutel. Het uittredend Koningskoppel wordt opgenomen in de Orde der Koninklijke Bommels. De marktkramers brengen hulde aan het nieuwe vorstenpaar. Daarna volgt in de trouwzaal van het stadhuis een  academische zitting met receptie.

Op zaterdagavond trekt de Bommelsstoet met reuzen, Bommelsgroepen, carnavalorkesten, fanfares, majorettes, praalwagens en duizenden bommels door de centrumstraten. Op de Grote Markt van Ronse houden de Koning en de Koningin hun toespraak. Daarna volgt de caramellenworp met de gouden Bommel, een vergulde minikopie van het bommelstandbeeld.

Op zondag is er een gemaskerd bal voor kinderen, die  voor de gelegenheid de bommokies genoemd worden, met als hoogtepunt de verkiezing van een jeugdprins en –prinses.

Op maandagavond wordt het Zotte Maandagbal gehouden. Tijdens dit bal wordt de mooiste Bommel verkozen. Om 23 uur geeft het vorstenpaar op de Grote Markt de stadsleutel terug aan de burgemeester. Samen steken ze vervolgens een grote bommelpop in brand.

De bommels dansen en zingen tot het Bonmoslied weerklinkt en de laatste Bommelsnacht begint.

Geschiedenis

De geschiedenis van deze feesten gaat waarschijnlijk terug op het Germaanse Joelfeest. Dit feest nam een aanvang op 21 december, ook wel gekend de winterzonnewende en duurde meer dan 10 dagen. Op de avond van de dertiende dag, de Dertienavond, werd in vrienden- en familiekring feest gevierd en bepaald wie van het gezelschap de koning en wie de zot zou zijn. Op Zotte Maandag kregen alle mensen die op Dertienavond de zot hadden moeten spelen, de gelegenheid om weerwraak te nemen. Ze liepen “verkeert ofte vermomd” rond en konden zo op hun beurt buren en familie hun vet geven. Al sinds de middeleeuwen vieren de bommels Zotte Maandag in Ronse. De naam komt van het Picardische “bonmoss”, wat zoveel als vrolijke vrienden betekent. Gemaskerd en verkleed in oude kleren legden de bommels huis-aan-huisbezoeken af. Uit deze traditie komt eveneens de benaming van ‘het Bommel lopen’, of gemaskerd rondlopen. Aanvankelijk liepen de bommels individueel door de stad. In 1950 stelde Ephrem Delmotte voor om dit gebeuren te bundelen in een stoet doorheen het centrum. De Bommelsfeesten waren geboren!