Boetprocessie Veurne

Het centrale thema van de jaarlijkse Boetprocessie in Veurne is het lijdensverhaal. Het meest aangrijpende element is de kruisdragende Christus. In zijn spoor stappen honderden anonieme boetelingen in bruine pijen mee. 
 
De processie begint met scènes uit het Oude Testament. De figuranten debiteren teksten waarin vaak vooruitgewezen wordt naar het verlossende lijden van Christus. Ook in de scènes uit het begin van het Nieuwe Testament is dit het geval. Het hoogtepunt is de uitbeelding van het lijden en de dood van Christus in een tiental taferelen met oude beeldengroepen, die door boetelingen worden voortgetrokken. Net als Christus, dragen honderden boetelingen in de processie ook een kruis.

 

De Boetprocessie in Veurne vindt plaats op de laatste zondag van juli en valt samen met Veurne-kermis. Voor veel Veurnaars is dit een uitgelezen moment om familie en vrienden terug te zien, deel te nemen aan de Boetprocessie en naar de kermis te gaan.

De 'Sodaliteit van de Gekruisigde Zaligmaker' organiseert ook jaarlijks de kruisweg tijdens de vasten, om het lijden van Christus te herdenken. Je kan eraan deelnemen elke vrijdag in de vasten om 20 uur en in de Goede Week dagelijks, behalve op Witte Donderdag, dan begint hij om 24 uur.

Geschiedenis

Volgens de overlevering werd Jacobus Clou, monnik van de Sint-Niklaasabdij in Veurne, tijdens een reis naar Drongen in 1625 door hevige koorts overvallen. Zijn reisgezellen besloten de kruisweg van Akkergem (bij Gent) af te leggen om zijn genezing af te smeken. Toen Clou dit vernam wou hij, ondanks alle protest, met hen mee. Toen ze bij de laatste statie aankwamen, voelde de monnik zich wonderwel genezen. Eens terug in Veurne organiseerde hij in 1626 een kruisweg, precies zoals deze van Akkergem. In 1637 sticht Jacob Clou de 'Sodaliteit van de Gekruisigde Zaligmaker', die het lijden van Christus moest herdenken met een jaarlijkse kruisweg tijdens de vasten.

Sinds 1646 organiseert de Sodaliteit zelf de Boetprocessie. In 1693 komt Vigor van Heede aan het hoofd van de Sodaliteit. Hij breidt de Boetprocessie uit met toneelscènes uit de Bijbel en enkele beeldengroepen. In de 18de eeuw komen er geleidelijk beeldengroepen bij. Eind 19de eeuw gebeurt dit opnieuw. Eind 20ste eeuw kwam, na historisch onderzoek, geleidelijk aan versobering. Nu volgt de Boetprocessie opnieuw het programma van eind 17de, begin 18de eeuw en zijn de elementen en groepen die veeleer in een stoet thuishoren, eruit verdwenen. Het is opnieuw een sober, aangrijpend gebeuren.