Borelle

In 1976 werd in Dranouter terug aangeknoopt met de verdwenen traditie "Borelle". Het gebruik bestond erin het ontsteken van een vuur op de Waaienberg (een zijheuvel van de Monteberg) en het binnenbrengen ervan in het dorp. Borale-Zondag, zo heette vroeger de eerste zondag van de vasten in de bergstreek van Loker en Kemmel, werd tot in de eerste jaren van de 20ste eeuw gevierd 'met vuur en roepen’. Het staat in 1905 voor de laatste keer genoteerd in de Kerkboeken van Loker.


Niet alleen in het geboortedorp van Petrus Plancius vierde men het vuur. Dit oud Germaans gebruik bestond op meerdere plaatsen. Het was oorsponkelijk een feest ter ere van de vruchtbaarheid: vuur en rook verdreven de boze geesten en brachten voorspoed voor de gewassen, voor de dieren en voor de mensen. Rond het vuur werd er gedanst en gezongen. Van zodra het mogelijk was begonnen de feestvierders over en door de vlammen te springen. Ook het vee werd door het smeulende vuur gedreven en men maakte elkaars gezichten zwart met de as.


De naam Borelle zou voortkomen van bralle. Bralle is een bundel stro die men op een perse (stok) stak en die daarna in brand werd gestoken. Zo had men een fakkel. Bij het binnenkomen van het vuur in het dorp werd op iedere hoek van hun tocht een stropop in brand gestoken.


Ook vandaag, vele eeuwen na de Germanen, houden wij deze traditie in ere. 45 jaar na de eerste "nieuwe" Borelle in 1976 blijven de inwoners van Dranouter dit Lentefeest vieren. Er wordt nog steeds gezongen, gelachen, gedanst en gedronken om Koning Winter te verjagen en de Lente te verwelkomen!


Elk jaar, op de derde zaterdag van maart verzamelt de bevolking en toeristen aan de wandelboom op het dorpsplein en de Belleman leert het Borellelied aan. Daarna nodigen de Borelleman en de Belleman iedereen uit om deel te nemen aan de Borelletocht die onder klokkengelui vertrekt richting Waaienberg. Op kop rijdt de versierde Borellekar met de Borellemuzikanten. Bij elke halte wordt een stropop in brand gestoken. Iedereen die wil kan dan een ‘vuurwerkje’ aansteken: dit is een gedichtje, een kort verhaaltje of een liedje dat met de lente, vuur of de Borelle te maken heeft.


Borellekoeken en patakons, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze worden speciaal voor de Borellefeesten gebakken en verkocht door het Borellecomité op de Monteberg. Een zak Borellekoeken is zeer gegeerd. Voorzichtig bij het bijten: in één op vijf koeken zit namelijk een Borellepatakon, het jaarlijkse aandenken aan de Borelle. De patakon is gebakken met pijpaarde en versierd met een herinnering aan de Borellefeesten van dat jaar. Het woord patakon duikt voor het eerst op in de 17de eeuw: een veelkleurig plaatje uit gebakken klei dat als versiering dient op het koekebrood.


Borelle, Borelle!!! Steekt vier in d'helle...