Hanenzetten in Vlaanderen

De hanenzetting of hanenkraaiing is een volkssport die in Limburg, Oost- en West-Vlaanderen beoefend wordt. Waar in Limburg sprake is van zangwedstrijden, heeft men het in Oost- en West-Vlaanderen over een hanenzetting.

De manier van hanenzetten verschilt van regio tot regio:

In Oost- en West-Vlaanderen komen de hanenzetters tijdens de winterperiode (september-maart) op zondagvoormiddag met hun hanenzak en -bak naar de zetting. De deelnemers nemen plaats naast elkaar in openlucht en brengen hun haan van de hanenzak over naar de gesloten hanenbak. Wanneer het startschot weerklinkt, begint de hanenzetting. Bij iedere kraai van hun haan zetten de hanenzetters een streepje op een lat. De keurders doen de ronde om te zien of de hanen wel goed kraaien. Na een uur loopt de wedstrijd af met de mededeling “Latten op de grond!”. Nu is het tijd om de ringen van de hanen te controleren. De nummers op de gesloten ringen moeten namelijk overeenkomen met de nummers op de inschrijvingsbriefjes. Het aantal kraaien wordt door de keurders op de inschrijvingsbriefjes genoteerd. De spelers verhuizen hierop naar het zettingslokaal waar de resultaten bekend gemaakt worden en de prijzen uitgereikt. De winnaar, de eigenaar van de haan met het hoogst aantal kraaien, krijgt een kleine geldprijs, al dan niet aangevuld met een prijs in natura.

In Limburg spelen de hanenzetters met open bakken naast elkaar in een zaal of een tuin. Hier wint de liefhebber die kan voorspellen hoeveel kraaien zijn haan zal produceren tijdens de wedstrijd. Deze manier van spelen waaide over naar Oost- en West-Vlaanderen, waar een paar keer per jaar zo gespeeld wordt.

In het hanenzetten wordt een onderscheid gemaakt tussen drie- en vierledige hanen. De vierledige hanen kunnen 2000 kraaien per uur halen en de drieledige zelfs meer dan 3000 kraaien per uur.

In deze traditionele volkssport zijn het kameraadschap en het groepsgebeuren heel belangrijk. Na de wedstrijd praten de deelnemers na met een hapje en een drankje. De kennis om een haan op te voeden en op de juiste manier te laten kraaien wordt van generatie op generatie doorgegeven. Het hanenzetten verbindt zo mensen en generaties. Momenteel zijn er in Oost- en West-Vlaanderen nog enkele tientallen beoefenaars, in de streek van Kruishoutem , Zingem, Kanegem en Waregem en in de omgeving van Ardooie, Koekelare en Gistel. In Limburg zijn er een 40-tal hanenclubs.

Al vanaf eind 19de eeuw werden hanenzettingen georganiseerd als volksvermaak. Tijdens WO II kenden de kraaihanenwedstrijden groot succes, als zowat het enige volksvermaak dat werd toegestaan door de Duitse bezetter. Na de oorlog nam de sport een hoge vlucht en werd ze meer gestructureerd. Zowat elk dorp had toen zijn hanenmaatschappij. In Waregem alleen al waren er een 6-tal clubs. Legendarisch waren kampioenschappen op de hippodroom, waar de rij kraaiende hanen zo lang was als de volledige omloop.