Sint-Veroonmars Lembeek

 

De eeuwenoude Sint-Veroonmars in Lembeek (Halle) gaat jaarlijks door op Paasmaandag ter ere van patroonheilige Sint-Veroon. Vijf groepen begeleiden het zilveren reliekschrijn van Sint-Veroon tijdens een 18 km lange dagtocht. Vier soldatengroepen zijn uitgedost in fraaie militaire uniformen, geïnspireerd op de Belgische uniformen uit de Belle Epoque. De vijfde groep wordt gevormd door de Kasdragers van Sint-Veroon, zij torsen het zilveren reliekschrijn tijdens de dagtocht op hun schouders. Meer dan 350 Lembekenaren stappen zo mee in de mars.

Het hoogtepunt van de dag is de intrede van de stoet om 18 uur in het centrum van Lembeek. Onder de muzikale begeleiding wachten priesters, leden van de gemeenteraad en het schepencollege haar op. De soldatengroepen brengen nog een laatste groet aan hun patroonheilige. Na een kort gebed in de kerk wordt het schrijn terug op zijn plaats gezet.

Daarna barst het feest los. Op Paasdinsdag is er de plechtige Soldatenmis, gevolgd door een militair defilé aan de pastorie. Vandaar vertrekken de Paassoldaten voor de “militaire manoeuvres”. Na de rondedans door de Paassoldaten weerklinkt het lied “En ’t Goensjtoogs va Poske, dèn es alles verbaa” waarmee de Paasfeesten in Lembeek officieel beëindigd worden

De Sint-Veroonmars vormt het sociale cement van de dorpsgemeenschap in Lembeek. De mars vormt het jaarlijkse hoogtepunt maar brengt ook heel wat andere activiteiten met zich mee. Zoals de jaarlijkse Sint-Veroonmis (laatste zondag van januari), de jaarlijkse voorstelling van de Paasaffiche, repetities, eetkermissen, enz. Gedurende het hele jaar brengt de Sint-Veroonmars zo de inwoners van Lembeek samen.

De Sint-Veroonmars is de enige militaire mars in zijn soort in Vlaanderen. Ze vertoont gelijkenissen met de populaire marsen in Wallonië, een groot deel van het parcours gaat ook door op Waals grondgebied. De Franstalige buren zijn dan ook nauw betrokken.

De oudste sporen van de mars gaan terug tot de vroege 15de eeuw maar de traditie is ongetwijfeld veel ouder. Volgens de legende was Sint-Veroon de zoon van Lodewijk de Duitser, dus de achterkleinzoon van Karel de Grote. Toen zijn ouders hem uithuwelijkten, vluchtte hij weg en belandde hij in Lembeek op de hoeve "Pergate", waar hij hoeveknecht werd en er rond 863 overleed. Tijdens zijn leven in Lembeek liet Veroon zich opmerken door zijn godsvrucht. Hij deed zelfs enkele mirakelen. Na zijn dood was men hem stilaan vergeten tot hij, in 1004, verscheen aan de Humbertus, pastoor van de gemeente Lembeek. Sint Veroon beviel hem zijn graf te herwaarderen. Van dan af kende Lembeek een grote volkstoeloop en werd de gemeente een bedevaartplaats. Enkele jaren later waren er in Brabant heel wat wanordelijkheden en de Graaf van Henegouwen liet de relikwieën van de heilige Veroon naar Mons overbrengen. Later keerden de relikwieën terug naar Lembeek . De Graaf zou hiervoor door een gewapende escorte vergezeld zijn geweest. Volgens sommige geschiedschrijvers ligt hier de oorsprong van de soldatenprocessie. Anderen zoeken de oorsprong van de mars bij de schuttersverenigingen, die de relikwieën van Sint-Veroon langs de gemeentegrenzen droegen, om hen zo te vrijwaren van de pest.