Vrijetijdstheater spelen bij Koninklijke Toneelkring Streven
In Vlaanderen wordt door heel wat kringen vrijetijdstheater (ook liefhebbers- of amateurtheater) gespeeld. Sommige verenigingen spelen jaarlijks een goede klucht, andere zoeken het luchtige op in zwaardere stukken. Bert Daems en Philip Maes vertellen hoe het eraan toegaat bij KT Streven uit Mortsel.
Programmatie
De programmatie van een toneelvereniging wordt vaak gemaakt door het bestuur of een apart comité. Zo heeft KT Streven een artistieke cel die zich buigt over het lezen en voorstellen van stukken, waarna het bestuur een definitieve selectie maakt. De artistieke cel denkt bovendien mee na over de invulling van de gekozen stukken. “Het is wat je met een stuk doet dat bepaalt hoe het gaat overkomen”, vindt Bert. “Je kan zeggen dat iets een goed stuk is, maar als je daar een wat saaie enscenering aan koppelt, is het niet per definitie interessant om naar te kijken.”
Vaak werken vrijetijdsverenigingen met één of meer huisregisseurs – mensen uit eigen kring - maar soms wordt ook met professionele regisseurs gewerkt. “Zij hebben een andere kijk op dingen”, vindt Bert. Meestal worden regisseurs gevraagd om een bepaald stuk te regisseren, maar het kan ook andersom: “Soms is er iemand waar we al leuke dingen van gezien hebben en waar we graag mee willen werken. Dan benaderen we die regisseur en vragen we om zelf een aantal voorstellen te doen.”
Spelers
De spelers van een vrijetijdsvereniging zijn meestal mensen uit de omgeving. Sommigen hebben al een opleiding (in het DKO) gevolgd, anderen komen in het theater terecht vanuit interesse, vaak via familie of vrienden. “Er is een opleiding woord aan de academie in Mortsel”, vertelt Bert. “Er is een lange traditie bij Streven dat daar een beetje geprospecteerd werd en dat zo spelers gevraagd werden. Langs de andere kant heb je mensen die het al doende leren.” Vanuit die leerschool in het vrijetijdstheater zetten sommige spelers ook de stap naar het conservatorium en zo naar een carrière in het professionele theater.
De selectie van de spelers per productie gebeurt bij KT Streven via een systeem waarbij spelers zichzelf opgeven voor rollen. “We bevragen onze leden”, licht Bert toe. “We zeggen welke stukken we spelen, wie ze regisseert en waarnaar we op zoek zijn. Bijvoorbeeld: een vrouw in die leeftijdsvork. En dan geven mensen zich op om in een bepaald stuk mee te spelen.” Op die manier is de toneelkring zeker dat spelers zich engageren voor een stuk dat hen aanspreekt, in een periode die voor hen goed uitkomt. Vervolgens is het aan het bestuur om een evenwicht te zoeken in: Wie komt wanneer aan bod? En wie past het best in welke rol?
Humor is werken
“Mijn ervaring is dat een stuk met humor hard werken is”, vindt Bert. “Er zit een stukje ambacht in.” Philip is het daarmee eens: “Het is werken om dat goed te laten overkomen; om de grap niet te telefoneren; om te zorgen dat je ze niet van kilometers ver ziet aankomen; om daar ook niet in te overdrijven.”
Timing is daarbij van groot belang, waarbij je ook moet meegaan met de golven van het publiek. “Je zegt jouw tekst, de zaal reageert, dus je moet even wachten en dan pas het volgende doen”, legt Philip uit. Bert vervolgt: “Je moet leren dat je moet wachten op de adem van de zaal, zodanig dat je die bij de hand blijft nemen. Dat is iets dat je alleen in de praktijk kunt leren. Je kunt dat 100 keer doen op een repetitie, maar dan zitten er geen mensen in de zaal.” En wanneer je dat goed toepast en de zaal goed in de hand hebt, geeft dat een leuk gevoel, vindt Philip: “Het is heerlijk om een hele zaal gewoon met wat je zegt of net niet zegt, of met jouw timing een lach te bezorgen. Mensen een lach bezorgen is ook ontzettend fijn. Ik word er vanzelf vrolijk van wanneer mensen zeggen ‘We hebben toch goed gelachen!’.”
Het stuk hoeft trouwens geen klucht te zijn om er humor in te steken. “Je hebt stukken die misschien wat zwaarder op de hand zijn, maar dan ga ik toch altijd op zoek naar de lichtheid in zo’n tekst”, zegt Bert. Hij gebruikt een ventiel als metafoor: “Je bouwt een spanning op, en af en toe moet die spanning even weg, zodat je opnieuw kan beginnen bouwen. Ik ga dan heel bewust op zoek welke momenten we kunnen gebruiken om dat ventieltje open te draaien, zodat die lucht eruit kan.”
Decor en kostuums ondersteunen de humor
Niet alleen de tekst en handelingen van een acteur kunnen humoristisch zijn. “Zowel decor als kostuums kan je gebruiken in functie van humor”, vindt Bert. Hij geeft een voorbeeld uit Ene gast, twee bazen waarin Frankie Hendrickx doet alsof hij twee verschillende personages is door zijn geruite kostuumvest binnenstebuiten te draaien.
*Deze inzending kwam tot stand met hulp van CEMPER, Centrum voor Muziek-en Podiumerfgoed, op basis van een gesprek met Bert Daems en Philip Maes, voorzitter en bestuurder van de Koninklijke Toneelkring Streven (Mortsel). Beiden zijn ze ook actief als acteur en regisseur bij de kring. Humor, het Erfgoeddagthema van 2026, vormde de aanleiding tot deze inzending.