Vrijetijdstheater spelen in Mechelen
In zowat elke stad en gemeente wordt vrijetijdstheater (ook liefhebbers- of amateurtheater) gespeeld, zo ook in Mechelen. Toneelliefhebbers werken er samen om voorstellingen op de planken te brengen.
Sociaal aspect
Een belangrijk onderdeel van vrijetijdstheater is het sociale aspect. Het geeft voldoening om samen – met een team van acteurs, regisseurs, technici, bestuursleden … voor en achter de schermen – een productie tot een goed einde te brengen. De sfeer binnen het team moet goed zitten om een mooi eindresultaat te bekomen. Blijven napraten na repetities en voorstellingen gebeurt regelmatig. Er ontstaan dan ook veel vriendschappen binnen toneelverenigingen. Zo herinnert Walter zich ook (Theater De Moedertaal, TDM): “Dat was eigenlijk een familie die aan mekaar hing. Dat was een heel gezellige bedoening. Je was geen buitenstaander. Je zat direct mee in de groep en dat was eigenlijk wel heel plezant.” Niet alleen vriendschappen, maar ook liefdesrelaties ontstaan binnen het vrijetijdstheater, zo ook bij Walter: “Zij was Anne Frank en ik was Peter van Daan.” Tijdens de voorstelling sloeg de vonk over. “En zoals het in het stuk ging, ging het ook naast het stuk.” (Maar gelukkig wel met een vrolijker einde.)
Met de paplepel
Sommigen komen bij vrijetijdstheater terecht vanuit hun interesse voor theater, anderen krijgen het met de paplepel mee. Zo stonden twee broers Du Bin – samen met enkele anderen – aan de wieg van Toneelkring Ik Dien. Intussen speelden al vier generaties van de familie mee bij de kring. Ook Reinhilde Ardies (TDM) vertelt: “Ik ben eigenlijk in theater geboren.” En dat is bijna letterlijk te nemen. “Mijn moeder was in verwachting toen zij op de scène stond. Mijn eerste rolletje was kindje Jezus.” Reinhilde was toen zes maand oud.
Mensen uit de omgeving
Zowel leden als publiek van vrijetijdstoneel zijn voornamelijk mensen uit de omgeving. Op sociaal vlak zijn er leden van alle slag, van arbeider tot directeur. Bij verschillende verenigingen mochten vroeger alleen mannen meespelen. Ook vrouwenrollen werden dus door mannen vertolkt. Maar intussen spelen zowel mannen als vrouwen samen bij lokale toneelkringen.
In het publiek zitten voornamelijk de eigen leden en de achterban van de mensen die deelnemen aan de productie. Ook leden van andere theaterverenigingen komen kijken, al was dat niet altijd het geval. "Vroeger was er een soort banvloek. Als je ooit bij een ander gezelschap ging spelen, dan moest je niet meer terugkomen. Er was een soort rivaliteit”, vertelt Dirk Verbeeck (Voor Taal en Kunst). Vandaag is de situatie helemaal anders. Iedereen speelt bij iedereen, legt Dirk uit. Als je elk jaar wilt spelen, moet dat soms. De gezelschappen houden nu ook zo veel mogelijk rekening met elkaars programmatie, zegt Annemie Du Bin (Toneelkring Ik Dien).
Van repertoirekeuze tot opvoering
Het toneelstuk en de cast worden vaak door het bestuur gekozen. Sommigen doen dat heel bewust in functie van het publiek. Over het algemeen geldt: meer spelers is meer publiek. Daarnaast verwacht het publiek van vrijetijdstheater vaak dat het grappig en luchtig is. “Is het voor te lachen?” is een vraag die veel verenigingen krijgen. Er mag dus humor in de opvoeringen zitten, maar “platte komedie” brengen de Mechelse verenigingen liever niet. Sommige kringen kiezen er bewust voor om hun publiek uit te dagen, of om variatie te brengen in hun opvoeringen: een drama, een monoloog, oud werk, nieuwer werk ...
De spelers repeteren de stukken in de zaal van hun toneelkring of een zaaltje van een café. Het repetitieproces duurt ongeveer drie maanden, waarbij de spelers één of twee keer per week samenkomen. “Een paar keer de teksten lezen en dan de scène op”, zegt Reinhilde (TDM). Voor sommigen is het voldoende om enkel naar de repetities te gaan, anderen moeten echt studeren om hun teksten vanbuiten te leren.
Wie geen eigen zaal heeft, kan vaak pas een week voor de voorstelling decor opbouwen, belichting hangen en technische repetities doen. “En dan tussendoor nog een generale repetitie, waarbij je dan ook nog een heel andere setting had dan wat je gewoon was om te repeteren”, vertelt Walter (TDM). Zenuwen voor de eerste keer had hij altijd. “Je hebt toch wel ergens een stressfactor nodig om volledig gefocust te zijn”, zegt hij daarover.
De interactie met het publiek tijdens een voorstelling is enorm belangrijk. Zo vindt ook André Mertens (Theater Korenmarkt). “Je merkt meteen of mensen mee zijn”, zegt hij. Ook de appreciatie en feedback nadien vindt hij van belang. André herinnert zich nog hoe goed het stuk ‘Wie wil er honderd worden’ onthaald werd door het publiek en daarom vaak hernomen werd.
‘Amateurtoneel’
'Amateurtoneel’ klinkt in de oren van Gerrit Muyldermans en Jeannine de Vleeshouwer (De Peoene) niet per se negatief. Ze gebruiken het woord zelf. Maar liefhebberstheater is ook goed. “We zijn liefhebbers hé”, aldus Jeannine. Ook “kwalitatief is er niet altijd verschil”, vinden Dirk (Voor Taal en Kunst) en andere vrijetijdsspelers. “Wij hebben echt, op dat podium van de Peoene, heel goeie producties gezien, waarvan het publiek zelf zei dat ze het amateurschap overstegen”, vertelt Jeannine.
* Deze tekst kwam tot stand in navolging van het project ‘U, nu! Mechels theater vroeger, vandaag en morgen’ van Erfgoedcel Mechelen. De tekst werd geschreven door CEMPER op basis van onderzoek door Geheugencollectief die in gesprek gingen met leden van de volgende Mechelse verenigingen: Theater De Moedertaal (TDM), Theater De Peoene, Toneelkring Ik Dien, Voor Taal en Kunst, en Theater Korenmarkt.