Het feest van Sinterklaas

Voor mij is het feest van Sinterklaas een ode aan de fantasie. Mijn anders zo hyperkritische zoontje gelooft vol overtuiging in Sinterklaas. Hij stelt zich wel vragen natuurlijk. Hoe kan Sint over de daken lopen of overal tegelijk zijn? Maar hij neemt het als vanzelfsprekend aan dat Sint en Piet meer kunnen dan een gewone mens. De grens tussen fantasie en realiteit is vaag bij kinderen, en meer dan ooit bij het verhaal van Sinterklaas. Waarschijnlijk omdat wij hier als ouders zo gretig in meegaan. Die gretigheid is ook niet gespeeld. Ik vind het oprecht fantastisch om in het holst van de nacht ‘sinterklaas te spelen’, en me daarbij af te vragen of ik nu één hap of meerdere happen van de wortel moet nemen om het er echt te laten uitzien. Want ja, hoeveel tijd heeft de Sint eigenlijk om al die wortels op te eten? Het is leuk om over zo’n vragen na te denken en voorbereid te zijn op de vragen van je kinderen.



De weken die aan het feest voorafgaan zijn zeker zo belangrijk als het feest zelf. Alles staat in het thema van de Sint. Mijn zoontje maakt elke dag een tekening voor de Sint en vraagt zich luidop af wanneer hij best zijn schoen met de sinterklaasbrief klaarzet. We voeren ook filosofische gesprekken over het begrip ‘braaf zijn’. Wanneer ben je braaf, en betekent braaf zijn voor iedereen hetzelfde? In mijn jeugd waren het de ouders die autoritair beslisten of je gedrag braaf of stout was, een invulling die niet zelden gekoppeld was aan hun luim. Maar mijn ouders stimuleerden ons ook om erover na te denken door in vraagvorm te spreken: ‘Oei, zou de Sint dat nu stout vinden?’ Het vroegere beeld dat ‘braaf zijn’ gelijk was aan ‘perfect zijn’, bleek niet realistisch. Daarom geniet ik er nu zo van om met mijn kinderen naar ‘Dag Sinterklaas’ te kijken. De strenge Sint en Piet uit mijn jeugdjaren krijgen in de tv-reeks een menselijk karakter. Met hun kleine kantjes en met de fouten die ze af en toe maken, vormen ze een haalbaar voorbeeld voor de kinderen.



De Sint komt de brief van mijn zoon en dochtertje vooraf ophalen. Als kind schreven wij aan de Sint hoe we onze best hadden gedaan en waar het een beetje fout liep. Het had iets katholieks. Het leek wel of je jezelf de biecht afnam, waarna de verlossing volgde in de vorm van pakjes en chocolade. Vandaag doen we dat iets moderner met een kleine zelfevaluatie waarbij de sint heel vergoelijkend is. De brief gaat samen met een mooie tekening in een schoen voor de schouw. Dan is het spannend afwachten of de Sint die ’s nachts komt ophalen.


Mijn ouders waren meesterlijk in het visualiseren van het sinterklaasverhaal. Het beeld moest kloppen, ook het brengen van de pakjes. Want het verhaal ging dat Sinterklaas de pakjes door de schoorsteen gooide en zij verbeelden zich dan hoe de kamer er zou uitzien na de doortocht van de Sint. Met andere woorden, wij vonden ons speelgoed niet netjes ingepakt onder de schouw maar uit de doos gehaald en verspreid doorheen de kamer. Eigenlijk bouwden zij een installatie met het speelgoed. Chocolade ventjes en Playmobil poppetjes dansten samen op een vloer van letterkoekjes of een verdwaalde paraplu hing open aan de luster met daarin nog wat snoepgoed. Zelf vind ik het ook heerlijk om net als mijn vader en moeder een koekjes- en mandarijnenspoor te trekken naar de slaapkamer van de kinderen en hier en daar wat roetvegen van Piet achter te laten. Mijn ouders konden daar echt in opgaan en mijn moeder werd een keer boos, echt boos, toen ze de vuile moddervoeten van Piet ontdekte. Ze dreigde ermee om een brief naar de Sint te sturen dat Piet niet langer mocht komen, en wij in paniek, moesten haar dan overtuigen om daarvan af te zien, wat ze graag liet gebeuren.


Op vele manieren blijf ik trouw aan de sinterklaasbeleving uit mijn jeugd. Ik verwonder mijn kinderen zoals mijn ouders mij verwonderden. Ik wijk niet af van de sinterklaassnoep: chocolade ventjes, suikermaria’s, letterkoekjes, mandarijnen, speculaas en ronde koekjes met een opgedraaid torentje van suiker. En de oude sinterklaasliedjes blijven leuk om te doen: drie akkoorden, een simpele melodie en enkel een refrein. Daarnaast kan er geen kerstboom in huis komen voordat de Sint geweest is. (De man zou zich echt beledigd voelen, alsof dat hij al vergeten is nog voor hij langskomt.)
Maar ik ben ook blij met de vernieuwingen en het maatschappelijke debat rond het feest. Mijn kinderen liggen niet wakker van de kleur van Piet, maar ze zijn wel zot en betoverd door hun kledij, door al die franjes en kleuren, veren en gouden randen. De gouden staf van Sint, dat is scoren hé!


Sinterklaas is een feest dat je als gezin beleeft en dat maakt het zo kostbaar voor mij. De Sint komt ook op school, bij de grootouders of de meter, maar dat is niet hetzelfde. Die spanning van ‘de nacht van Sinterklaas’ is onbeschrijflijk. Je durft nauwelijks naar het toilet gaan uit angst om op Piet te botsen. En dan ’s ochtends uit je bed komen, je sloefen aandoen, je vooral niet aankleden, in pyjama naar beneden gaan en dan die spanning voelen van ‘is hij geweest en wat heeft hij gebracht?’, daar kan weinig tegenop. 


Beeld: Sinterklaas is geweest! | © Annemie Van Daele