Het scheren van het Kempische heideschaap
Het Kempische heideschaap is een middelgroot schapenras dat zich in de Belgische en Nederlandse Kempen heeft aangepast aan de schrale en ruwe omstandigheden van de heide. Het kan probleemloos overleven op een dieet van heide, arm gras en onkruid. Het heideschaap heeft een lange rug en een smalle kop, die meestal volledig wit is, maar soms ook bruin of gespikkeld.
Eeuwenlang trokken in de Kempen duizenden schapen rond die de heide open en gezond hielden en mest leverden om de akkers te verrijken. Met de introductie van kunstmest en de herbebossing van grote delen van de heide verloor het Kempische heideschaap zijn functie. Midden twintigste eeuw was het ras bijna volledig uit het landschap verdwenen. In de voorbije 25 jaar is er opnieuw meer aandacht gekomen voor schapenbegrazing als vorm van duurzaam natuurbeheer, onder meer door het nomadische, dienstverlenende landbouwbedrijf KEMP vzw in Mol.
Waarom schapen (en lammeren) elk jaar geschoren worden
Elk jaar rond 15 juni krijgen de schapen van KEMP vzw een scheerbeurt. Die timing is niet toevallig: op dat moment is de wol voldoende “rijp” en klaar om “afgeworpen” te worden. Oorspronkelijk was het oerschaap zelfruiend: het verloor zijn wol vanzelf en die wol had bovendien een donkere kleur. Door eeuwen van domesticatie en gerichte fokkerij is dat veranderd. De wol is vandaag wit en valt niet langer spontaan uit. Om te voorkomen dat schapen een te zware vacht met zich meedragen en daardoor moeilijker kunnen bewegen, worden ze elk jaar geschoren.
Het ongemak voor de schapen wordt dus vooral veroorzaakt door het gewicht van de wol, eerder dan door de warmte ervan. Wol werkt namelijk thermoregulerend: in de winter isoleert het tegen de koude en in de zomer laat het overtollige warmte ontsnappen. Dat merk je ook bij een goede wollen trui of bij wollen sokken: daarin heb je het zelden té warm of té koud. Bovendien bevat wol lanoline, natuurlijke wolvet dat de vacht waterafstotend maakt. Daardoor blijft de huid van een schaap altijd droog.
De jaarlijkse scheerbeurt beschermt de schapen ook tegen wolvliegen: blauwgroene bromvliegen die hun eitjes in de vacht leggen. De larven die daaruit komen kruipen naar de huid en veroorzaken daar pijnlijke wondjes. Na het scheren zijn schapen minstens een maand lang beschermd tegen de wolvlieg.
In de tweede helft van augustus worden de lammeren geschoren. Ze worden in februari geboren, en tegen juni van het daaropvolgende jaar zou hun wol anders te zwaar worden. Zo worden lammeren die in oktober 2025 zijn geboren, voor het eerst geschoren in augustus 2026 en daarna opnieuw in juni 2027, samen met de rest van de kudde. Lamswol is de zachtste en fijnste wol en daardoor ook de meest waardevolle. Naarmate een schaap ouder wordt, wordt de wol geleidelijk ruwer.
Rustig het jasje uitdoen
Het scheren van de heideschapen gebeurt bij KEMP vzw aan de schapenstal op de Borgerhoutsendijk in Mol. Het landbouwbedrijf werkt daarvoor samen met twee of drie professionele scheerders, die in ongeveer één minuut een schaap kunnen scheren. Dat gebeurt met scheermachines met speciale, vlijmscherpe messen die moeiteloos door de wol glijden. De topscheerder bij KEMP vzw slaagde er, met de steun van een goed team, in om maar liefst 380 schapen in acht uur tijd te scheren.
Tijdens het scheren zelf wordt het schaap op de billen gezet. In die houding drukt de maaginhoud licht op de longen, waardoor het dier in een soort kalme, bijna verdoofde toestand terechtkomt. Dat veroorzaakt geen pijn, maar helpt wel om de vacht rustig en veilig af te scheren. Na het scheren mag het schaap zich terug bij de kudde voegen.
De jaarlijkse scheerbeurt kan voor schapen best stressvol zijn. Daarom organiseert KEMP vzw het op zo’n manier dat het “uittrekken van het jasje” voor de dieren zo rustig en diervriendelijk mogelijk verloopt. In de stal wordt een parcours met verschillende bochten uitgezet, waar de schapen elkaar vanzelf doorheen volgen tot ze bij de scheerder aankomen. Omdat schapen echte kuddedieren zijn, is het belangrijk dat ze onderweg steeds andere schapen kunnen zien om hun stressniveau te verlagen. Langs het scheercircuit worden ook lavendelvlaggetjes opgehangen. De zachte geur werkt als aromatherapie en helpt de schapen te ontspannen.
Een ‘waardewolle’ grondstof
Naast zijn belangrijke rol als hoeder van de heide, staat het Kempische heideschaap ook bekend om zijn kwalitatieve wol. In het begin van de negentiende eeuw werd het ras gekruist met het Spaanse merinoschaap, waardoor de wol nog fijnere eigenschappen kreeg. Merinowol is bijzonder zacht en heeft uitstekende thermoregulerende eigenschappen.
Die wol vormde eeuwenlang de basis van een bloeiende nijverheid in de gemeente Mol. Het Wolwashuisje aan de Nete is vandaag de oudste tastbare getuige van die bedrijvigheid. In de jaren 1970 kwam er echter definitief een einde aan de wolnijverheid in Mol. De wol verloor haar lokale functie en werd voortaan voor een habbekrats verkocht aan de laagste bieder.
Om de waarde van de wol optimaal te benutten, startte KEMP vzw in 2020 met het initiatief MOLWOL voor de productie van hoofdkussens en dekbedden, gevuld met 100% natuurlijke wol van de eigen heideschapen. Voordat de wol verwerkt kan worden tot dekbedden en kussens, moeten de schapen eerst geschoren worden.
KEMP vzw en MOLWOL
KEMP staat voor Kultuurhistorisch Ecologisch Maatschappelijk Project. Vanuit een sterke bekommernis om natuur en biodiversiteit werd de vereniging in 2001 opgericht, met het Kempische heideschaap als centrale pijler van haar werking. De vzw zet in op het behoud van dit ras als levend erfgoed en geeft het tegelijk een actieve rol in de hedendaagse samenleving. Zo worden de schapen tegen betaling ingezet voor begrazing in natuurgebieden, met het oog op duurzaam beheer en het versterken van de biodiversiteit.
Daarnaast staat het Kempische heideschaap centraal in een breder maatschappelijk project van de vzw. Het initiatief MOLWOL is daar een concreet voorbeeld van.
MOLWOL is een samenwerkingsverband met Lidwina vzw, een maatwerkbedrijf in de Kempen dat tewerkstellingskansen biedt aan mensen die moeilijk toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Met MOLWOL wil KEMP vzw een lokaal, duurzaam en sociaal product op de markt brengen. Lokaal, omdat zowel de wol als de mensen die ermee werken uit de eigen regio komen. Duurzaam, omdat er wordt gekozen voor 100% natuurlijke, plasticvrije materialen en een productieproces dat zo weinig mogelijk energie vraagt. En sociaal, omdat iedereen in de keten er de vruchten van plukt: de medewerkers die het vak leren, de boer die een eerlijke prijs krijgt voor zijn wol, en de klant die een kwalitatief product in handen krijgt.
*Deze tekst kwam tot stand met dank aan erfgoedcel Kempens Karakter