Turks schimmenspel in Gent

Het Turkse schimmenspel karagöz is een eeuwenoude vorm van volkstheater waarin kleurrijke, vlakke figuren tot leven komen achter een verlichte schermkast. De traditie maakt deel uit van het Turkse immaterieel erfgoed en combineert humor, sociale satire en poëzie. Ook in Vlaanderen leeft deze kunstvorm verder, onder meer dankzij poppenspeler Luk De Bruyker, die het karagöz-spel bestudeerde bij meester Torün Çelebi en de traditie naar Gent bracht.

Wat is karagöz?
Het Turks schimmenspel draait rond twee hoofdpersonages: Karagöz, de volkse, impulsieve en vaak onbehouwen protagonist, en Hacivat, zijn meer geleerde en verfijnde tegenhanger. Samen verkennen ze al eeuwenlang dagelijkse situaties, maatschappelijke kwesties en liefdesverhalen. Hoewel de traditie meestal wordt aangeduid als het karagöz-spel, zijn beide figuren complementair.

Karagöz is herkenbaar aan zijn typische houding: licht voorovergebogen, klaar om op te springen in het speelvlak - een beweging die poppenspelers ‘inkappen’ noemen. Deze dynamische houding vertoont gelijkenissen met de podiumtaal van de commedia dell’arte. De pop, gemaakt uit vlak materiaal, kan met eenvoudige manipulaties, zoals het snel op- en afkloppen van zijn hoed, opmerkelijk expressief worden.

De meester poppenspeler heeft altijd een assistent, die de poppen aangeeft en vaak instaat voor de percussie. De rol van de percussie is vooral om de gevechten tussen Karagöz en Hacivat te onderlijnen, of om een klemtoon na een zin te benadrukken. Als er nog extra instrumenten worden toegevoegd aan de voorstelling is het meestal een saz (een snaarinstrument uit de familie van de langhalsluiten).

Herkomst en historische context
Het karagöz-schimmenspel kent een lange geschiedenis die teruggaat tot het Ottomaanse Rijk. De keuze voor vlakke schimmen, in plaats van driedimensionale poppen, hangt ook samen met de islamitische iconografie, die terughoudend staat tegenover driedimensionale afbeeldingen van menselijke figuren. Zo groeide het schimmenspel uit tot een kunstvorm waarin silhouet, licht, beweging en poëzie centraal staan.

Het spel en de verhalen
Traditionele karagöz-verhalen draaien rond herkenbare sociale archetypen: de dorpsbewoner, de stedeling, de dromer, de dwaas, de autoritaire figuur, de listige handelaar of de flirtende vrouw. Net zoals in Europese poppentheatertradities bestaan er tien tot twaalf canonieke stukken, die telkens opnieuw worden opgevoerd en gevarieerd.

Sommige stukken zijn sprookjesachtig, andere realistisch of uitgesproken maatschappijkritisch. Voor volwassenen spelen scènes zich soms af in bordelen of herbergen, waar Karagöz en Hacivat elk op hun manier omgaan met verleiding, regels of hypocrisie. Karagöz verwoordt de ongefilterde stem van het volk: direct, humoristisch, soms ruw, maar altijd herkenbaar. Hacivat daarentegen spreekt in verfijnde, poëtische taal, geworteld in de Turkse literaire traditie.

Het schimmenspel heeft bovendien een sterke sociale functie. Karagöz en Hacivat stellen vragen over macht, ethiek en samenleven, vergelijkbaar met Pierke of andere satirische figuren uit Europese poppenspeltradities.

Het poppenkastje: spel vanuit het hart
Het scherm waarachter gespeeld wordt is een wit linnen doek. De belichting gebeurde vroeger door drie kaarsjes, nu door drie lampen. Zo wordt de projectie van de stokjes waarmee de schimmen bewogen worden diffuser.

Een bijzonder kenmerk van karagöz is de persoonlijke maat van het poppenkastje. De hoogte van het speelvlak wordt bepaald door het hart van de poppenspeler: het stokje waarmee de pop wordt bediend, wordt tegen de borst gedrukt, en de hoogte waarop de pop het scherm raakt, bepaalt de afmetingen van de kast.

Voor veel spelers symboliseert dit dat het spel “uit het hart” komt: emoties, humor, kritiek en menselijkheid worden letterlijk vanuit de borstkas naar het licht gebracht. De kast zelf is eenvoudig: een lichtbron, een wit scherm en zijpaneeltjes die de speler afschermen, zodat de toeschouwer volledig kan opgaan in de wereld van de schimmen.

Turks schimmenspel in Gent
In Vlaanderen leeft de traditie voort dankzij Luk De Bruyker, die in de jaren 90 Torün Çelebi, een gerenommeerde Turkse meester, naar Gent uitnodigde om de techniek van binnenuit te leren. Dit groeide uit tot een langdurige samenwerking en vriendschap. In Turkije werd De Bruyker bovendien erkend en gekroond tot hayali, een titel die hem niet alleen eert als meester binnen de traditie, maar ook een duidelijke verantwoordelijkheid met zich meebrengt: de plicht om het karagöz door te geven.
 
Die verantwoordelijkheid neemt hij ter harte. Sinds enkele jaren leidt hij zijn leerling Ali Can Ünal op, aan wie hij stap voor stap de volledige karagöz-traditie overdraagt. Samen verkennen ze nieuwe artistieke mogelijkheden en brachten ze zelfs Karagöz en Pierke gezamenlijk op het podium, als speelse ontmoeting tussen twee erfgoedtradities.
 
De Bruyker integreert karagöz in zijn bredere poppenspelpraktijk en draagt de techniek over via workshops, lezingen en voorstellingen. Zijn werk toont hoe een erfgoedtraditie niet alleen geografisch kan reizen, maar ook nieuwe betekenis kan krijgen in een interculturele context zoals Gent. 

Meester Luk De Bruyker en leerling Ali Can Ünal brengen samen Karagöz en Hacivat tot leven achter een wit scherm. | © Firmin De Maître