Historisch schermen bij de Sint-Michielsgilde Antwerpen

De Sint-Michielsgilde Antwerpen beoefent, bewaart en ontsluit de traditie van de de historische Europese martiale kunsten, in het bijzonder van het historisch schermen.

De gilde traint met historische wapens, op basis van in oude manuscripten gedocumenteerde Europese vechttradities. De werking omvat wekelijkse trainingen, interne opleidingen, toernooien zoals het jaarlijkse Koningstoernooi, demonstraties maar ook rituele plechtigheden die verband houden met het historisch verleden van de gilde zoals de jaarlijkse dodenherdenking.  Binnen de gilde staan de beoefening van het schermen, de onderlinge verbondenheid en de waarden van respect, discipline en broederschap centraal.

Historisch schermen kan omschreven worden als schermen met replica’s van historische wapens binnen een historische context, waarbij de veiligheid van de schermers steeds de eerste prioriteit is want verwondingen zijn uit den boze. 

Historische wapens
Binnen de Duitse traditie (ontstaan rond 1400) die door de gilde wordt gevolgd, is het basiswapen het tweehandige langzwaard, een wapen waarbij beide handen moeten samenwerken.  Voor de veiligheid wordt er getraind met een bot wapen gemaakt uit buigzaam verenstaal met een gewicht van +/- 1,5 kg. Beginnende leden (postulanten) gebruiken een replica uit schuimrubber of harde kunststof.  Alle principes van het schermen geldig, voor ook de andere wapens zoals voetverplaatsing, bewegen, aanvallen en pareren, schijnbewegingen, enz. worden met dit wapen, grondig ingeoefend en dit gedurende enkele jaren. Postulanten leren ook schermen met een kort éénhandig wapen, de dussack, uit leer of kunststof. 

Na het succesvol afleggen van een leerlingenproef, na minstens één jaar trainen, kunnen postulanten de graad van leerling behalen. Zij treden dan volwaardig toe tot de gilde. Ze gaan verder met het uitdiepen van het curriculum voor het langzwaard en krijgen ook onderricht in andere wapens.

Het zijzwaard, een één-handig houw- en steekwapen van ongeveer 1,2 kg dat vooral populair was in de 16e en 17e eeuw.  Voor de gilde was het zijzwaard één van de traditionele wapens dat gedragen werd door gildebroeders die instonden voor de stadswacht.  Ook hier wordt er getraind met een bot wapen uit verenstaal. Het hieronder afgebeelde zijzwaard is een Meyer zijzwaard uit de Duitse traditie. De rondel dolk, een steekwapen voor het trainen van het lijf aan lijf gevecht op korte afstand inclusief het ongewapend verdedigen tegen een aanvaller met dolk.  Er wordt getraind met een houten of rubberen dolk.

Na twee extra jaren trainen in het langzwaard,  zijzwaard en dolk kan de leerling een nieuwe proef afleggen tot het behalen van de gezellen graad. Na het behalen van deze graad kunnen de gezellen zich in studiegroepen nog verder verdiepen in het hanteren van de hierboven vermelde wapens. Het zijzwaard kan aangevuld worden met een secundair wapen dat men in de vrije hand vasthoudt zoals een pareerdolk of mantel, of een beukelaar (een klein schild). Een andere optie is dat gezellen zich in andere wapens en andere scholen verdiepen.

Het rapier is een lang éénhandig steekwapen, maar waar men ook kan mee houwen met een gewicht van ongeveer 1 kg. Het is vooral een dueleer wapen en werd ook gedragen door burgers als sierwapen en zelfverdedigingswapen. Het rapier is de opvolger van het zijzwaard, en was daarmee ook de opvolger als secundair wapen voor de stadswacht. Er wordt hier ook met ongeslepen en niet puntige wapens uit verenstaal getraind. Het schermen met rapier kent verschillende scholen met elk hun eigen stijl.

Zo zijn er de Noord-Italiaanse scholen zoals Bolognees of Venitiaans, waarbij men een swept hilt rapier met complexe gevestbescherming hanteert die bestaat uit gebogen, over elkaar heen zwiepende (swept) metalen banden die de hand beschermen.  Dit wapen is bekend om zijn elegantie en balans. Anderzijds is er de Spaanse Destreza school die gebruik maakt van een rapier met een gesloten gevestbescherming, een cup. Een ander studiedomein is dat van de paalwapêns waarbij men eerst de kwartstaf, een lange houten stok met een lengte van ongeveer 10 cm boven de eigen lichaamslengte, leert hanteren.

Na beheersing van de kwartstaf kan men zich verder bekwamen in het hanteren van de hellebaard ook staafbijl genoemd. Dit was ook één van de traditionele wapens die door de gildebroeders gebruikt werd bij het bewaken van de stadspoorten.  De metalen delen van dit wapen worden vervangen door rubberen replica om veilig te kunnen trainen. Ook verdieping in het Middeleeuws worstelen volgens oud Duitse traditie is mogelijk. Iemand uit balans brengen en op de grond werpen betekent het einde van het gevecht.

Ook de sabel, een 19e eeuws éénhandig vooral militair wapen kan worden bestudeert volgens Engelse, Weense, Poolse of Hongaarse traditie.  Ook hier wordt er gebruik gemaakt van een bot wapen uit verenstaal met een gewicht van ongeveer 800 gram. Andere wapens zoals kortzwaard, messer, lang messer, storza, enz… kunnen ook worden bestudeerd al naargelang de interesses van de leden.

Deze historische wapens werden oorspronkelijk gebruikt binnen een historische context zoals:

  • Militair, waar het wapen gebruikt werd op het slagveld of ter verdediging van de stad bij een vijandelijke aanval.
  • Duel, waarbij beide schermers met gelijke wapens vechten, meestal tot het eerste bloed heeft gevloeid.
  • Zelfverdediging, binnen de stad als wapendracht werd getolereerd (wat meestal niet het geval was, of onderweg tijdens een reis.
  • Toernooi of wedstrijd, waarbij beide schermers meestal ook met hetzelfde type wapen schermen en waarbij er specifieke regels gelden voor het toekennen van geldige treffers. Er gelden beperkingen ,op de technieken die mogen worden gebruikt. Gevaarlijke technieken werden geweerd om de veiligheid van de schermers te garanderen.

Naargelang de context gaat men anders oefenen, een ander wapen gebruiken en meer of minder bescherming dragen. Zo zijn en waren er historisch voor toernooien en wedstrijden nooit éénvormige regels.  Ze waren en zijn specifiek voor een bepaald event. Het trefvlak kan beperkt worden naar bijvoorbeeld alleen het hoofd. Steken en houwen kunnen anders gewaardeerd worden. Dubbele treffers worden aanvaard of bestraft, handen mogen wel of niet geraakt worden,  enz… allemaal bepaald door de organisator van het event. Dit vereist dat historische schermers flexibel met een niet vasstaande regelset moeten kunnen omgaan.

Ongeacht de regels, gaat het altijd om trachten de tegenstrever te treffen zonder zelf getroffen te worden.  Vooral dit laatste is in historische context belangrijk want het gevecht zelf overleven en liefst zonder zware verwondingen was het belangrijkste.

Drijfveren en betekenis
Historisch schermen verbindt de leden met een eeuwenoude krijgskunst en biedt toegang tot fysieke en mentale ontwikkeling, vakmanschap en gemeenschapsvorming. De praktijk draagt bij aan de beleving van het Europese erfgoed van krijgskunsten (HEMA – Historical European Martial Arts) en versterkt sociale cohesie binnen een diverse groep beoefenaars.

Historische achtergrond
De Antwerpse Sint-Michielsgilde, ook bekend als de Hallebardiersgilde of de Gulde van der Croonen (de zogenaamde Hartschiers), werd officieel opgericht in 1488 met steun van Maximiliaan I, keizer van het Heilige Roomse Rijk. Als enige schermersgilde van de stad vervulde zij eeuwenlang een ceremoniële, ordehandhavende en defensieve rol. In periodes van bedreiging trad de gilde op als stedelijke militie, samen met de vijf andere gewapende Antwerpse schuttergilden.Alle gilden, ook de gewapende, werden afgeschaft tijdens de Franse periode (einde 18e eeuw).  In 2015 werd de Sint-Michielsgilde opnieuw opgericht als vzw. In 2025 erkende de stad Antwerpen de gilde officieel als sportaanbieder.

Evolutie en hedendaagse beoefening
Vandaag functioneert de Sint-Michielsgilde Antwerpen als erfgoedvereniging die de historische Europese krijgskunsten bestudeert, herinterpreteert en veilig beoefent in een hedendaagse context. De werking steunt op:

  • Studie van historische bronnen (oude vechtboeken, iconografie, kronieken, oude stedelijke ordonnanties en ander archiefmateriaal over de gilde)
  • Hedendaagse didactiek. Elke trainingssessie duurt 2 uur. Het eerste halfuur wordt in beslag genomen door de groet en een kort meditatiemoment gevolgd door een opwarming en daarna een fysieke training.  Dit wordt vervolgd door een uur onderricht in technieken die worden ingeoefend door solo training en vooral door met partner uitgevoerde herhalingen van een techniek.  Het laatste half uur is het dan vrij schermen ook sparren genoemd.
  • Veiligheid. Dit begint met het dragen van beschermende kledij.  De minimale bescherming zal altijd bestaan uit een schermmasker met nekkap en handschoenen. Handschoenen zijn er in verschillende uitvoeringen van lichte leren tot harde kunststoffen die men selecteert naargelang de te verwachten impact op de handen.  Een gorget die de keel beschermt, en een met schuimstof opgevulde schermvest en kniebroek vervolledigen de basisuitrusting.  Naargelang de wapens en de impact wordt de bescherming verder uitgebreid met onderarm-, scheen-, knie-, elleboog-, en schouderbeschermers en een kruisbeschermer voor de mannen. Bij een gevecht met steekwapens wordt er een harde kunststoffen bortsplaat onder de schermvest gedragen.  Veiligheid betekent ook dat de schermers in een wedstrijd context maar ook in het vrij schermen niet harder zullen slaan of steken dan nodig voor het maken van een geldige treffer en dat zij de regelset respecteren en geen gevaarlijke technieken hanteren
  • Inclusie. Geen onderscheid tussen leeftijd, ras of gender.
  • Internationale samenwerking binnen het HEMA-netwerk. De praktijk evolueert mee met de groeiende internationale herwaardering van de Europese krijgskunsttradities.

Dragers en gemeenschap
De gilde telt ongeveer zestig leden van uiteenlopende leeftijden, achtergronden en identiteiten. Mannen en vrouwen, jongeren en volwassenen beoefenen de kunst samen.  De gilde werkt samen met andere gilden, HEMA-organisaties en erfgoedverenigingen in Vlaanderen, België en Europa, en onderhoudt structurele banden met de stad Antwerpen.

Via publieke optredens, demonstraties, feesten en historische stadsactiviteiten draagt de gilde bij aan het levend houden van de ceremoniële en maatschappelijke functies die zij historisch vervulde. Ceremonieel stond de gilde vroeger in voor het begeleiden van de blijde intredes van de vorsten in de stad als erewacht en liepen ze ook mee in processies en stoeten, een praktijk die stilaan ook terug wordt opgepikt waar de gilde meeloopt in de jaarlijkse Maria processie en aanwezig tracht te zijn op openbare evenementen in Antwerpen alsook op kasteelfeesten in de provincie of daarbuiten.

Overdracht en borging
Nieuwe leden worden begeleid door ervaren instructeurs en leren de basis van het historisch schermen via een progressieve opleiding. De gilde werkt op basis van historische handschriften (o.a. Johannes Liechtenauer 1390, Fiore dei Liberi 1409, Joachim Meyer 1570, die in hun historische en in een aangepaste moderne context geïnterpreteerd worden.  Kennis en vaardigheden worden doorgegeven via opleidingen, trainingen, workshops, publicaties, digitale kanalen en internationale uitwisseling.

Rituelen zoals het Koningstoernooi volgens 16de-eeuwse regels versterken de continuïteit en culturele verankering van de praktijk. Het Koningstoernooi is het belangrijkste event van de gilde en wordt jaarlijks rond de feestdag van Sint-Michiel (29 september) georganiseerd. Uitdagers nemen het op tegen de koning van het vorige jaar. De uitdagers werden vroeger door loting bepaald of het waren de meest ervaren schermers van de gilde.  Vandaag worden er voorrondes georganiseerd waaraan alle gilde broeders en zusters mogen deelnemen, zodat iedereen een kans krijgt om op deze dag te kunnen schermen.  De beste schermers uit de voorrondes gaan dan verder naar het eigenlijke koningsronde.  Het vechten gebeurt met langzwaard, onder strikte regels, niet worstelen, niet op elkaar inlopen, niet steken, beide handen te allen tijden op het gevest houden. Een overwinning wordt behaald door het maken van een zuivere intentievolle treffer boven de gordel of boven de elleboog, inclusief het hoofd.  De koning heeft echter het recht op naslag wat betekekent dat wanneer hij/zij getroffen wordt en in één slag een tegentreffer kan geven, hij/zij in het strijdperk mag blijven staan.  Een uitdager die de koning kan treffen zonder zelf getroffen te worden, neemt de plaats in van de koning in de wedstrijd. De koning zowel als de uitdagers krijgen een aantal ‘levens’ die ze kunnen gebruiken in de wedstrijd.  De uiteindelijke winnaar en nieuwe koning is diegens die op het einde van het toernooi nog minsten één leven over heeft.

De koning heeft een ceremoniële rol binnen de gilde.  Hij/zij mag bij speciale gelegenheden de koningsbreuk dragen, een versierde halsketting, en loopt vooraan in parades en optochten.  Zijn/haar naam wordt ook gegraveerd op het koningszwaard.  Wie drie jaar achter elkaar koning wordt die wordt keizer voor het leven.

De gilde hanteert een actief borgingsbeleid gericht op kwaliteit, veiligheid, inclusie, historische accuratesse en duurzame overdracht naar toekomstige generaties.

Synthese
De Sint-Michielsgilde Antwerpen toont hoe een laat middeleeuwse krijgskunst vandaag betekenisvol kan worden beoefend binnen een hedendaagse stedelijke en erfgoed context. De gilde draagt bij aan het bewaren, herinterpreteren en doorgeven van de historische Europese krijgskunst als immaterieel erfgoed in Vlaanderen, binnen een gemeenschap die traditie, vakmanschap en sociale verbondenheid combineert.

Historisch Wapenschild | © Amarante Van den Broeck