Houtdraaien

In de middeleeuwen pieken allerlei ambachten via het verenigen in gildes, die er voor zorgen dat de kwaliteit stijgt en de kennis overgedragen wordt van leerling via gezel tot meester. Getuigen uit het boek "Hout in boeken, houten boeken en de fraaye konst van houtdraayen" (Luc Knapen en Leo Kennis, uitgeverij Peeters 2008) omschrijven dat mooi, o.a. door de voorbeelden : de emblematische wipdraaibank van het Jezuïtencollege van Antwerpen (1627), de geschiedenis van de houtdraaibank door Stuart King, het ontstaan van "L'art de tourneur en perfection" van Charles Plumier (Lyon 1701).

Als kleinzoon van één van de allerlaatste Vlaamse rad- en wagenbouwers zorgt Paul Smeets er voor dat de ambachtelijke vaardigheid van het houtdraaien blijft bestaan. Hij doet dat door een moderne invalshoek te kiezen. Geen massaproductie maar wel prototyping, vormgeving en lessen aan beginners en gevorderden.