Pauwelviering

Op de zondag na 25 januari, het feest van de Bekering van Sint-Paulus, trekt in Galmaarden een ruiter op een wit paard door het gehucht Sint-Paulus.

Deze man stelt Sint-Paulus voor, in de volksmond de Pauwel genoemd. Ieder jaar geeft een ongehuwde, gedoopte jongeman uit Galmaarden gestalte aan deze figuur. Hij wordt bijgestaan door een groep vrienden, de zogenaamde Apostelen. Tussen de eerste zondag van december en de laatste zondag van januari bereiden ze de Pauwelviering voor.

Tijdens het eerste weekend van januari trekt de Pauwelbende door de straten om graan tot bloem te laten malen in de plaatselijke watermolen. Met de bloem worden Pauwelbroodjes ter grootte van een knikker gerold en gebakken. In de weken voor de Pauwelviering gaan de apostelen en sympathisanten van deur tot deur om de ‘pluiken’ (uitgesproken als 'plooijken'). Telkens wanneer er 'Pluik' ('plooijk') geroepen wordt, weten de inwoners van Galmaarden en de omringende dorpen dat de Pauwelbende in de buurt is. Tijdens het pluiken vragen ze een kleine bijdrage om de Pauwelviering te bekostigen.

Op de zondag na Sint-Paulus is de Pauwel volledig in het wit uitgedost en draagt hij een grote zijden hoed. Hij begeeft zich met zijn apostelen naar de Sint-Pauluskapel, waar tijdens een mis de pauwelbroodjes gezegend worden. Na een feestelijk middagmaal trekt de Pauwel te paard met zijn bende in stoet naar het gehucht Sint-Paulus. De eerste halte is de Pauwelhoeve. Op de binnenkoer strooit de Pauwel vanop zijn paard voor de eerste maal de pauwelbroodjes rond over de menigte. Daarna gaat het terug richting Sint-Pauluskapel, waar de Pauwel nogmaals broodjes rondstrooit. Na dit “zaaien” barst in het gehucht Sint-Paulus een volksfeest los, waarop iedereen welkom is. Met de Dag van de rekeninge, een week later, komt het feest definitief ten einde. De Pauwelbende trekt dan van café naar café om de gemaakte schulden in te lossen.

Galmaarden en de Pauwelviering zijn onlosmakelijk met elkaar verweven. De Pauwelviering brengt, door de lange voorbereidingsperiode, een grote groep mensen bij elkaar tijdens de koude winterdagen, hierin schuilt het belang van het feest. De jeugd van Galmaarden vormt hierbij de spil, ieder jaar wordt er een nieuwe Pauwelbende gevormd. De Pauwelviering wordt zo ieder jaar doorgegeven aan een nieuwe generatie, met een groot intergenerationeel draagvlak voor de traditie als gevolg.

Oorsprong?

De precieze oorsprong van de traditie is niet gekend. De vaakst vertelde legende gaat terug tot 1382, toen er een strijd woedde tussen Walter van Edingen en de stad Geraardsbergen. De omgeving van Geraardsbergen, waaronder het gehucht Sint-Paulus, viel daarna ten prooi aan de pest en andere ziekten. Volgens de overlevering verscheen op het feest van Sint-Paulus’ Bekering een witte ruiter in Sint-Paulus die kleine roggebroodjes uitdeelde, waarna de ziektes bezworen leken. Om de plaatselijke bevolking in de toekomst te behoeden voor dergelijk onheil wordt dit ritueel elk jaar herhaald.