Kerststallencultuur in Vlaanderen

De kerststallencultuur steunt als basis op de uitbeelding van het kerstverhaal, dat te vinden is bij verschillende religies, maar waarvan de wortels in het christendom liggen. Volgens de overlevering kwamen Jozef en Maria in een grot(stal) terecht omdat er geen plaats voor hen was in de herberg van Bethlehem, wegens de volkstelling. Alle gebruiken die gepaard gaan met kerststal, noemen we samen de kerststallencultuur.
 
Oorsprong en evolutie

Franciscus van Assisi, die leefde van 1172 tot 1226, speelde een grote rol in de verspreiding van de kerststallencultuur. Met toestemming van de toenmalige paus, gebruikte hij een plaatselijk grot, en plaatste er levende mensen en dieren in. Zo kon hij het kerstverhaal duidelijk maken aan ongeletterde mensen. Later trokken de Franciscanen door heel Europa om hun leer te verspreiden. De kerststal raakte alzo breed verspreid. Een levende kerststal was echter niet overal mogelijk en op veel plaatsen werden er beschilderde figuren opgesteld als alternatief, vooral in kerken.

Toen Napoleon de kerken sloot en eucharistievieringen verbood, kwam het kerstfeest in gedrang. De religieuzen en bevolking zochten naar alternatieven. Dit had tot gevolg dat er buitenkerststallen aan de kerken werden geplaatst en de huishoudelijke kerstkribben/stalletjes in de huizen verscheen. Zo kwam er van streek tot streek variatie in de kerststal inzake het bouwconcept en gebruikte materialen.

Ook werden er nieuwe gebruiken geboren, die nu, in deze huidige tijd, tradities zijn geworden. Zo mag voor Kerstmis alleen Maria en Jozef worden geplaatst, eventueel vergezeld van een os, ezel, schapen en herders. De engel Gabriël krijgt gewoonlijk een plaatsje op het dak van de kerststal. Op 24 december, na middernacht, komt het kindje Jezus erbij. Pas op 6 januari, op Driekoningen worden de beeldjes van Caspar, Melchior en Balthazar erbij gezet.

Kerststallen?
Kerststallen kunnen naar materialen en vormgeving sterk verschillen. Veel mensen plaatsen een miniatuurkerststal - meestal doorgegeven van generatie op generatie - in de buurt van de kerstboom. Het ontwerp van de miniatuurkerststal kan erg uiteenlopen: van zeer traditioneel tot modern al of niet aangeschaft in een winkel, van zeer kunstig geïnspireerd door kunstenaars tot een zelf gemaakte kerststal.

Ook de culturen van de verschillende bevolkingsgroepen geven een diversiteit aan de kerststallencultuur. Zo heb je Vlamingen met een migratieachtergrond, christenen of niet, die een kerststal plaatsen, die vaak de typische kenmerken van de kerststallen uit hun land van herkomst vertonen. Voorbeelden hiervan vinden we bijvoorbeeld bij Afrikaanse Latijns-Amerikaanse of Poolse gemeenschappen in België.

In en rond kerken staan ook vaak opmerkelijke kerststallen in open lucht. Voornamelijk in de Kempen- eigenlijk de bakermat voor Vlaanderen - staan er op straathoeken, in wijken, aan kerken en in kapelletjes kersttaferelen opgesteld. Op veel plaatsen in Vlaanderen vind je ook nog een kerststal met levende dieren, en op de hoogdagen aangevuld met levende mensen - meestal jonggehuwden met een pasgeboren baby – of kinderen die het kerstverhaal uitbeelden.
Om deze grote buitenkerststallen op te stellen, worden er nogal wat sociale, jeugd en private verenigingen, religieuze gemeenschappen, gemeente- en stadsdiensten gemobiliseerd.
 
Gebruiken
De kerststal wordt geplaatst tijdens de kerstperiode. De kerstperiode duurt vanaf de eerste zondag van de Advent (4 zondagen voor 25 december) tot en met Maria Lichtmis op 2 februari. Tijdens de kerstperiode worden er heel wat kerststallentochten georganiseerd. Dit kan wandelen of fietsen zijn, maar ook privaat met de auto of in groep met de autobus.

Waar alles om draait is de betekenis van die stal en het moment dat deze wordt bovengehaald en geplaatst wordt, zowel in familieverband als met de verenigingen. Op dat ogenblik slaan mensen de handen in elkaar en beginnen ze te vertellen over het kerstverhaal, over vroeger, over de familie, verenigingsleven …