Kostumering bij vrijetijdstheater Heists Kamertoneel

Kostumering in het vrijetijdstheater omvat het kiezen, samenstellen en aanpassen van kledij en bijhorende attributen die spelers nodig hebben om hun personage vorm te geven op scène. Het gaat daarbij niet alleen om opvallende of historische kostuums. In veel producties vandaag bestaat kostumering uit herkenbare, dagelijkse kledij die aansluit bij het personage en de context van het verhaal.

Een goed kostuum wordt gezien als één dat het personage ondersteunt zonder de aandacht van het spel weg te trekken, tenzij het personage expliciet vraagt om een meer uitgesproken uitstraling. Daarnaast moet het kostuum ook praktisch en comfortabel zijn zodat de spelers niet gehinderd worden in hun spel.

Binnen vrijetijdstheater loopt kostumering vaak door in accessoires en attributen. Elementen zoals schoenen, handtassen, hoeden of pruiken maken mee deel uit van het kostuumbeeld, terwijl andere voorwerpen — zoals wandelstokken, typmachines of koffers — soms eerder als attribuut worden beschouwd. Waar precies de grens ligt, hangt af van hoe een object gebruikt wordt op scène.

Wat is het proces achter het kostuum op scène?
De regisseur heeft meestal bij de keuze van het volgende script ook al een algemeen idee over de karakteristieken van de personages en hoe die in grote lijnen kunnen vertaald worden in kostuums. Eigen aan het vrijetijdstheater is dat de eigenlijke vormgeving van de kostuums volledig in samenspraak met de acteurs gebeurt. Na enkele repetities groeit meestal zelf de vraag wat de personages zullen aandoen op scène; dan wordt er in gesprek gegaan.

Acteurs voelen vaak goed aan wat past bij hun personage en wat praktisch werkt op scène. Kostumering groeit zo mee met het spel en is het resultaat van overleg tussen regie en spelers.

Tijdens het repetitieproces worden soms al delen van het kostuum gebruikt. Het dragen van specifieke schoenen, een jas of een kenmerkend attribuut kan spelers helpen om houding, beweging en spel te verfijnen. De regisseur kan hier ook bewust om vragen, als ondersteuning bij het ontwikkelen van een personage.

Beschikbaarheid van kostuums
Eens de keuze voor het type kostuum vastligt, kan de zoektocht beginnen. Aangezien de meeste voorstellingen vandaag vragen voor alledaagse kostuums, gaan de acteurs vaak eerst in de eigen kleerkast of bij elkaar snuisteren.

Wanneer er specifieke kostuums nodig zijn, bijvoorbeeld voor historische producties of fantasierijke kostuumstukken voor kindervoorstellingen, wordt extern gezocht. In zulke gevallen wordt gehuurd bij gespecialiseerde verhuurbedrijven die ook budgetvriendelijk zijn. De kostuums moeten namelijk een hele tijd (ongeveer 6 weken) bij het gezelschap kunnen zijn zodat er genoeg tijd is voor zowel repetitie als eventueel meerdere opvoeringen.

De timing rond kostumering wordt niet vastgelegd in een formele planning. De regieassistent speelt hierin vaak een belangrijke rol door een oogje in het zeil te houden en acteurs erop te wijzen wanneer een kostuum klaar moet zijn om verder te kunnen repeteren.

Het maken en aanpassen van kostuums
Het volledig maken van kostuums komt niet vaak meer voor in het vrijetijdstheater. Meestal zijn enkel kleine aanpassingen nodig zoals verbreden, versmallen of aanpassingen om het kostuum functioneel te maken voor bepaalde rollen.

Marleen Verhaegen van het Heists Kamertoneel geeft het voorbeeld van een kostuum waarin een acteur veel attributen moest wegsteken. Er werden daarom extra binnenzakken ingenaaid door een acteur binnen de groep die goed kon naaien. Bij dergelijke aanpassingen wordt ook steeds rekening gehouden met bewegingsvrijheid, comfort en de praktische noden op scène.

Eigenheden aan vrijetijdstheater
Een kenmerkende eigenschap van kostumering binnen het vrijetijdstheater is dat het een teamverantwoordelijkheid is waarbinnen het kostuum vorm krijgt door interne dialoog tussen spelers en regie. In deze dialoog is er ook altijd ruimte voor de acteurs om hun grenzen aan te geven wanneer zij zich minder comfortabel voelen in een bepaald kostuum.

Die manier van werken sluit aan bij andere praktijken binnen het vrijetijdstheater, zoals het bouwen van decors of het verzorgen van grime en pruiken. Kennis zit bij de mensen die doorheen de jaren ervaring hebben opgebouwd. Die kennis wordt informeel doorgegeven, door samen te werken en elkaar te helpen.

Er wordt ook een onderscheid gemaakt tussen jeugd- en volwassenenproducties. Bij jeugdvoorstellingen ligt de verantwoordelijkheid voor kostuums en onderhoud vaker bij begeleiders, terwijl volwassen spelers zelf instaan voor hun kostuum en het wassen ervan.

Bewaren en hergebruik
Wanneer de acteurs op zoek gaan naar gepaste kledij, wordt ook altijd gekeken naar wat er van voorgaande voorstellingen is bewaard binnen de toneelgroep zelf.

Binnen het Heists Kamertoneel is er bijvoorbeeld een grote kelderruimte waar kledij en attributen bewaard worden. Die wordt vooral gebruikt voor meer specifieke stukken: speciale of duurdere kledij die ooit werd aangekocht of aangepast voor een productie, items die geschonken werden aan het gezelschap en bewaring van verschillende attributen die helpen om zowel de personages als de scène aan te kleden.

Dagelijkse kledij wordt minder bijgehouden, omdat die doorgaans gemakkelijk opnieuw te vinden is. Doorheen de jaren is de collectie in de kelder gegroeid, onder meer door schenkingen van externen. Hierdoor wordt het soms moeilijk om overzicht te behouden. Daarom wordt de kelder regelmatig opgeruimd, meestal één keer per jaar. Daarbij wordt bekeken wat nog bruikbaar is voor toekomstige producties en wat niet.

Andere kleinere toneelkringen uit de omgeving kloppen soms bij dit gezelschap aan om kledij of attributen te lenen, net omdat zij zelf niet over een gelijkaardige opslagruimte beschikken.

* Deze inzending kwam tot stand met hulp van CEMPER, Centrum voor Muziek-en Podiumerfgoed, op basis van een gesprek met Marleen Verhaegen. Zij is al jarenlang actief binnen het Heists Kamertoneel als speler en voorzitter.