Commedia dell’arte in het circus
Commedia dell’arte is een theatervorm dat vooral van de 16e tot de 18de eeuw populair was. Het kenmerkt zich door improvisatie, vaste personages, het gebruik van maskers, humor en acrobatische elementen. Verschillende genres, waaronder circus, hebben wortels in commedia dell’arte. Sommige circussen, zoals Circus Ronaldo, gaan daar heel bewust mee om.
Clowns
De clown is een directe afstammeling van commedia dell’artepersonages. “De traditionele clown met het wit gezicht en punthoedje is een mengeling van Arlecchino (Harlekijn) en Pedrolino (Pierrot)”, legt Danny Ronaldo uit. Het is een personage dat het dromerige heeft van Pedrolino en een beetje het demonische van Arlecchino. Vaak vormt de witte clown samen met twee augusten een trio. De meeste scènes - en dat komt ook uit de commedia dell’arte - hebben dan ook drie personages als basis. “Je hebt dan altijd de meester, de eerste knecht (die al redelijk dom is) en de tweede knecht (die nog dommer is)”, licht Danny toe. “En het feit dat de ene nog net iets dommer is dan de andere, daar zit de grootste humor in.”
De clowns zijn vaste personages in het circus die iets meemaken of iets vertellen. Het verhaal vormt – net als bij commedia dell’arte - een kapstok om te laten zien hoe de personages met bepaalde situaties omgaan. “Het publiek gaat zich inbeelden wat de personages gaan doen”, zegt Pepijn Ronaldo. “En er zit veel plezier in als dat dan net zo is, of net niet.”
Creatieproces
Veel aspecten uit commedia dell’arte komen terug in het circus. Dat uit zich ook in het creatieproces van een voorstelling. Pepijn vertelt dat ze bij Circus Ronaldo vaak vanuit zichzelf vertrekken: “Een voorstelling begint altijd wel met iets dat vanachter op je tong ligt.” De kunst is om dat dan te vertalen naar iets van iedereen. “En ik denk dat dat uit de commedia dell’arte komt, waarbij met kleine verhaaltjes kritiek geuit wordt op maatschappelijke dingen. Ergens was dat ook omdat ze daar zelf mee bezig waren.”
Bij Circus Ronaldo vinden ze het belangrijk om een emotionele onderlaag in de voorstelling te leggen. “We denken na: Wat zijn de emotionele lijnen die wij voelen waarvan we merken dat heel veel mensen daar ook mee zitten?”, vertelt Danny. “En dan denken we na wat we daarrond kunnen doen. Zo komen we automatisch op ons systeem van commedia dell’arte uit: Hoe kunnen we dat zo eenvoudig mogelijk vertellen, op een manier dat iedereen dat begrijpt, ongeacht hun afkomst?”
Het verhaal moet niet alleen eenvoudig, maar ook zonder of met heel weinig woorden verteld worden. “Dat is ontzettend moeilijk”, zegt Danny. “Ik kan er geen woorden voor bedenken om te zeggen hoe moeilijk het is om iets zonder woorden te maken. Voor alles dat je wil vertellen, moet je iets laten manifesteren, waardoor een beeld het vertelt. Daar doe je het langst over.”
Naast die grote verhaallijn, wordt gekeken welke gags in de voorstelling gestoken kunnen worden. Veel van die gags komen voort uit de lazzi van de commedia dell’arte. Lazzi waren stukjes die tussen het verhaal door gespeeld werden om het publiek aan te trekken en bij het podium te houden, en om changementen te doen. Danny geeft een voorbeeld van een scène van Arlecchino: “Hij probeert een brief dicht te plakken met een stukje brood waarop hij gekauwd heeft. Uiteindelijk plakt hij dat aan zijn poep, waardoor hij zijn brief kwijt is. Dat is iets wat je nu nog in heel veel clownsnummers ziet terugkomen en dat eigenlijk al zijn oorsprong in de vroege renaissance heeft.” Dezelfde gags worden regelmatig gebruikt in verschillende voorstellingen, waarbij ze telkens aangepast worden aan het verhaal. “Al die clownsacts zijn al honderdduizend keer gezien,” zegt Danny, “maar als je dat goed doet, raakt het de mensen nog steeds en lachen ze ermee.”
Humor overbrengen: timing, liefde en alertheid
Door dezelfde personages en gags te gebruiken, creëer je ook een soort herkenbaarheid. “Ik denk dat het publiek het ook heel fijn vindt om te voelen wat gaat komen en dan te zeggen: ‘Ik wist het!’”, vertelt Pepijn. Timing is daarbij heel belangrijk, voegt Danny toe: “Een goede clown doet wat het publiek verwacht, maar toch net op een ander moment.”
Een ander belangrijk element is liefde, vindt Danny: “Voor mij persoonlijk is liefde een heel belangrijke. Ik denk dat je met alles en iedereen kan lachen als er voldoende liefde is op dat moment. Liefde maak ook dat de lach gemakkelijker stroomt bij het publiek.”
Tot slot is ook alertheid van belang. “Je kan geen humor brengen zonder heel alert te zijn,” zegt Danny, “want het publiek en de omstandigheden zijn elke avond anders.” Het publiek zit niet achter een vierde muur, maar vormt een extra personage tijdens de voorstellingen. “Maar zij hebben niet mee gerepeteerd”, zegt Pepijn. “Zij weten dus nog niet wat er gaat komen; en wij weten niet hoe zij gaan reageren. Je moet dus goed weten wat je wel en niet kan verwachten. En telkens afwegen waarop je wel of niet gaat inspelen. Wanneer je opgaat op het podium, weet je dus niet exact hoe de voorstelling gaat lopen. Dat is het schone en tegelijk complexe aan circus.”
*Deze inzending kwam tot stand met hulp van CEMPER, Centrum voor Muziek-en Podiumerfgoed, op basis van een gesprek met Danny en Pepijn Ronaldo. Humor, het Erfgoeddagthema van 2026, vormde de aanleiding tot deze inzending.