Blaasorkesten

Een blaasorkest is een klein orkest met maximum een dertigtal blaasinstrumenten. Er spelen zowel houtblaasinstrumenten – zoals klarinet en dwarsfluit – mee, als koperblazers – zoals bastuba, trombone, bastrombone, hoorn, tenorhoorn, bariton, trompet en bugel. Naast de blaasinstrumenten, zijn er ook slagwerk – zoals een drumstel – en maximaal vier zangers. Een dirigent leidt de repetities en de voorstellingen. Een blaasorkest is een iets uitgebreidere versie van een blaaskapel. Die laatste bestaat uit vier tot vijftien spelers. In zijn allerkleinste vorm komen de volgende instrumenten terug: een bas, een trompet, een tenorhoorn en de rest wordt vervangen door bijvoorbeeld een accordeon.

De opstelling van een blaasorkest ziet er als volgt uit: de houtblazers zitten samen aan de ene kant van de dirigent. De baritons en de trompetten/flugels (hoge koperblazers) zitten aan de andere kant. De bassen en de trombones zitten achteraan, links en rechts van het slagwerk dat in het midden staat. De zangers staan tijdens het zingen voor het orkest of aan de zijkant van het podium.
Om versterkt te kunnen spelen, zijn er ook nog mensen nodig die microfoontjes (één per muzikant) klaarzetten en het geluid regelen zodat alle instrumenten en de zang mooi samen klinken.

Blaasorkesten kennen hun oorsprong in Midden-Europa. Daarom treden de meeste blaasorkesten op in typische klederdracht uit die regio: van Oostenrijkse kostuums tot lederhosen of Tsjechische hemden. Het blaasorkest Alpenroos koos bijvoorbeeld voor een combinatie van Oostenrijkse en Duitse (Osterwald) klederdracht: een wit hemd met purperen en blauwe gilet, een groene overjas, een zwarte kniebroek met witte kousen en zwarte schoenen, soms gecombineerd met een zwarte berghoed.  

Sommige orkesten dragen de titel ‘Koninklijk’. Wanneer een vereniging vijftig jaar oud wordt, kan de voorzitter bij het paleis een aanvraag doen om deze titel te mogen dragen. Deze aanvraag omvat een dossier met verwezenlijkingen van jouw vereniging en een uitleg waarom je de aanvraag indient. De vorst beslist autonoom of je vraag gehonoreerd wordt. Als de aanvraag goedgekeurd wordt, ontvang je een diploma van de gouverneur.

Alpenroos, het Koninklijk Blaasorkest uit Ingelmunster, werd opgericht in 1961 door Antoon Vanmeenen, in de schoot van de toenmalige studentenvereniging ‘Hoger Op’. Aanvankelijk werd het orkest geleid door Antoon zelf, maar algauw gaf hij de 'baton' door aan Pieter Vandekerckhove (†). Hun repertoire bestaat uit Böhmische en Mährische muziek, afgewisseld met tal van andere genres. De Böhmische (afgeleid van Bohemen) en Mährische (afgeleid van Moravië) stijl vinden we vooral in Tsjechië, Zuid-Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Slovakije en een stuk van Oekraïne terug. Traditionele dansen in deze stijlen zijn onder andere de polka, wals en dumka. Alpenroos vult het traditionele repertoire aan met populaire muziek, bijvoorbeeld Laat de zon in je hart, Anton aus Tirol en nummers van Charles Aznavour. Welke werken op een concert gebracht worden, wordt bepaald door de muziekcommissie van het blaasorkest in samenspraak met de andere muzikanten.

In de optredenmap van Alpenroos zitten een paar honderd werken. Het gebeurt dus al eens dat nieuwe muzikanten op het zicht moeten spelen tijdens een concert. Daarom zijn nieuwe leden die zich bij het blaasorkest aansluiten steeds mensen die hun instrument(en) al goed beheersen. De nieuwe muzikanten worden opgenomen in de groep. Een nieuwe trompettist krijgt zijn vorming bijvoorbeeld bij de andere trompettisten.

Alpenroos treedt op in binnen- en buitenland voor verschillende gelegenheden. In 1979 behaalde het orkest de derde plaats op de NCRV Blaastest en bij de VLAMO-Wedstrijd voor blaaskapellen van 2009 werd Alpenroos kampioen in de Bergklasse. Jaarlijks vindt midden maart "Alpenroos in Concert" plaats in de Evenementenhal in Ingelmunster, een niet te missen evenement voor de liefhebbers van volkse blaasmuziek. 

Beeld: Koninklijk blaasorkest Alpenroos