Floraliën Gent

De Floraliën zijn een traditie met een lange geschiedenis. In 1808 richtten een aantal plantenkwekers, hoveniers en burgers in een Gentse herberg de ‘ Maatschappij voor Landbouw en Kruidkunde’ op. Bedoeling was om, naar het voorbeeld van de Londense Horticultural Society, de bloemen en planten van Gentse kwekers en liefhebbers bekend te maken. In dezelfde herberg vond enkele maanden later een eerste bescheiden tentoonstelling plaats. Door het succes werd besloten om voortaan elk jaar een winter- en een zomertentoonstelling te houden. De jonge vereniging had ook veel aandacht voor vernieuwing in de landbouw en met prijzen zoals medailles en uurwerken, moedigde ze verdienstelijke land- en tuinbouwers aan. In 1818 kende koning Willem I aan de vereniging de titel ‘koninklijk’ toe. Doorheen de jaren moest meermaals worden uitgeweken naar grotere locaties in de stad. In 1837 vond de tentoonstelling voor het eerst plaats in het Casino. Twee jaar later vond ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van de wintertentoonstellingen een grootse internationale tentoonstelling plaats. Dat smaakte naar meer, en daarom werd besloten om voortaan elke vijf jaar zo’n groot internationaal gebeuren te organiseren. En zo was de tentoonstelling van 1839 de rechtstreekse voorloper van de huidige ‘Floraliën’. Jarenlang zou het Casino getuige zijn van de evolutie en vooruitgang van de sierteelt, tot de Floraliën in 1913 verhuisden naar het Floraliënpaleis in het Gentse Citadelpark, en in 1990 naar het nieuwe Flanders Expo. In 2016 keerden de Floraliën terug naar de stad.

Centraal bij de Gentse Floraliën staan de beroepskennis en de beroepsfierheid. Niet voor niks is de lijfspreuk van de vereniging, ‘Veneficia mea, quirites,haec sunt. Vrij vertaald: “mijn tovermiddelen (de werktuigen), burgers, hier zijn ze” ‘mijn opbrengsten, mijn producten heb ik te danken aan mijn werktuigen’. Een Romeinse legende daarrond vertelt dat jaloerse landbouwers klaagden bij de opperpriester over een collega die steeds de prachtigste bloemen kweekte dankzij de steun van duistere geesten. Bij zijn verhoor antwoordde die: “mijn tovermiddelen zijn mijn werktuigen, mijn spade, hark en gieter”. Beroepskennis, ervaring en beroepsfierheid staan dan ook centraal bij de Floraliën en dankzij voortdurende innovatie wordt dan ook gestreefd naar topkwaliteit en de ‘haute couture van de sierteelt’.

Ook zijn de Floraliën meer dan enkel het vierjaarlijkse evenement. Het is een traditie waar de hele sector naar toeleeft, met veel engagement om topkwaliteit te tonen aan het publiek. Tussen elke editie organiseert de KMLP tal van activiteiten zoals het deelnemen aan bloemen- en plantententoonstellingen in binnen-en buitenland. Ook staat de vereniging in voor het levendig houden van een hele erfgoedgemeenschap. De kern van die erfgoedgemeenschap omvat de leden van de vereniging : zij krijgen een jaarprogramma van georganiseerde bezoeken, voordrachten, tuinevenementen etc. Maar daarnaast zijn er nog de gidsenverenigingen, bezoekers, vrijwilligers, de tuinbouwsector, tuinbouwscholen, floristen, en nog vele anderen, die allemaal samen de horticultuur levend houden. Op diverse manieren borgen zij het erfgoed van de Floraliën. Naast de organisatie van de Floraliën zelf, is er bv de zorg voor het archief van schilderijen, foto’s, affiches etc, die wordt bewaard en ontsloten in Liberas/Liberaal Archief. Ook is er veel aandacht voor educatie en activiteiten voor kinderen en jongeren. Waarbij ook de toekomstige tuinbouwers niet vergeten worden: zo werd een DVD gemaakt, rond nieuwe ontwikkelingen in de sector. Jonge afgestudeerden in de sierteelt motiveren in de film hun keuze voor de sector, ideale promotie voor een carrière in de tuinbouw, nieuw bloed dus voor de Floraliën en de horticultuur.