Rederijkerscultuur

De rederijkerscultuur kenmerkt zich door een liefde voor taal in de ruime zin van het woord, en vormt de voornaamste reden voor het ontstaan en verder bestaan van de rederijkerskamers.

In een rederijkerskamer vinden mensen elkaar in hun gezamenlijke liefde voor taal en taalvaardigheid. Vandaag zijn er in Vlaanderen en Nederland 76 actieve Rederijkerskamers. Een groot deel is verenigd via het Verbond van de Kamers van Rhetorica VZW. De activiteiten van deze Kamers zijn heel divers. Wat hen onderling bindt, is taal in de brede zin van het woord. In Vlaanderen beoefenen rederijkers taal vooral via amateurtheater, en in mindere mate via zang en dichtkunst. De Kamers organiseren ook wedstrijden rond theater, voordracht en dichtkunst. Feestelijkheden vormen eveneens een rode draad in de werking: ze organiseren patroonsfeesten en nemen deel aan historische stoeten of processies. Ook academisch onderzoek kan onderdeel van hun werking zijn.

Om hun werking uit te dragen naar het grote publiek richten de rederijkerskamers onder meer tentoonstellingen in en geven ze publicaties uit, zoals tijdschriften en jubileumboeken.

Over de landgrenzen heen verbroederen rederijkers in een sociaal netwerk van gelijkgezinden. De rederijkerscultuur heeft zo een sterke sociale functie. Dit aspect wordt nog versterkt door de geografische spreiding. Bij het Verbond van de Kamers van Rhetorica zijn immers kamers uit Vlaanderen en Nederland aangesloten.

Geschiedenis en evolutie

De rederijkerscultuur vindt haar oorsprong vermoedelijk in (Frans-)Vlaanderen, aan het begin van de 15de eeuw. Algauw schoot de traditie overal in de Nederlanden wortel. In Frankrijk sprak men van 'chambres de rhetorique', wat in het Nederlands ‘rederijkerskamers' werd. Tijdens de 15de en 16de eeuw vormden de rederijkers de literaire en culturele voorhoede in de Nederlanden. Ze leverden een belangrijke bijdrage aan de eenheid van de Nederlandse taal en cultuur. Hun werk was vernieuwend, hun maatschappelijke invloed groot. Zij verwoordden de opvattingen van de opkomende burgerij en stonden kritisch ten aanzien van de machthebbers. Via hun werk verspreidden zich nieuwe sociale en godsdienstige ideeën. Daarnaast bevorderden rederijkers de maatschappelijke discussie, een rol die vergelijkbaar is met die van de huidige pers. Rederijkerskamers zijn daarom in de loop der eeuwen meermaals verboden en ontbonden.

Toch waren rederijkers in de eerste plaats liefhebbers van literatuur en taal. Hun activiteiten centraliseerden zich rond diverse uitingsvormen van de Nederlandse taal: literatuur, redenaarskunst, toneel, dichtkunst, liederen… Met deze activiteiten richtten de Kamers zich op volksvermaak en volksontwikkeling. Zij hielden dicht- en toneelwedstrijden, die uitgebouwd werden tot grote manifestaties, de zogenaamde ‘landjuwelen’. Zij waren ook betrokken bij processies en feestelijke intochten. Veel steden hadden een officiële stadsrederijker: hij schreef teksten, was betrokken bij de versiering van de stad en fungeerde als een soort ceremoniemeester.